1.2  Hematologie

- 1 Hematologie
- 1.2 Het witte bloedbeeld
- 1.2.1 Afkortingen en Nomenclatuur

 

1.2.1 Afkortingen en Nomenclatuur

ALL: acute lymfatische leukemie.
AML: acute myeloïde leukemie.
B.i.: betrouwbaarheidsinterval. Een 95% b.i. betekent bv. dat 95 van de 100 individuen een waarde van een parameter hebben dat binnen het aangegeven b.i. ligt.
CD: 'Cluster of Differentation'. Antistoffen worden ingedeeld in antistofclusters (CD), gevolgd door een code (bv. CD4).
CLL: chronische lymfatische leukemie.
CML: chronische myeloïde leukemie. : een intact immunoglobuline bestaat uit 2 ‘zware’ ketens en 2 ‘lichte’ ketens. Bij bepaalde aandoeningen worden lichte ketens ‘los’ in de circulatie gebracht.
Lichte keten : een monoklonaal, d.w.z. door een populatie van identieke cellen geproduceerd specifiek immunoglobuline. Een paraproteïne
Paraproteïne : kan van elke klasse zijn (IgM, IgG, enz.); compleet of incompleet (bv. als lichte keten).

Verder in deze paragraaf:
- Geen gerelateerde onderwerpen beschikbaar

Print deze pagina
 
Copyright © 2002 - 2012 SAN - info@de-san.nl