| ALL | : acute lymfatische leukemie. |
| AML | : acute myeloïde leukemie. |
| B.i. | : betrouwbaarheidsinterval. Een 95% b.i. betekent bv. dat 95 van de 100 individuen een waarde van een parameter hebben dat binnen het aangegeven b.i. ligt. |
| CD | : 'Cluster of Differentation'. Antistoffen worden ingedeeld in antistofclusters (CD), gevolgd door een code (bv. CD4). |
| CLL | : chronische lymfatische leukemie. |
| CML | : chronische myeloïde leukemie. : een intact immunoglobuline bestaat uit 2 ‘zware’ ketens en 2 ‘lichte’ ketens. Bij bepaalde aandoeningen worden lichte ketens ‘los’ in de circulatie gebracht. |
| Lichte keten | : een monoklonaal, d.w.z. door een populatie van identieke cellen geproduceerd specifiek immunoglobuline. Een paraproteïne |
| Paraproteïne | : kan van elke klasse zijn (IgM, IgG, enz.); compleet of incompleet (bv. als lichte keten). |