10.2  Infecties

- 10 Infecties
- 10.2 Seksueel overdraagbare aandoeningen
- 10.2.1 Afkortingen en nomenclatuur

 

10.2.1 Afkortingen en nomenclatuur

Amplificatie test:zie LCR en PCR.
Drager:iemand die ziekte verwekkende kiemen bij zich draagt zonder de daarbij behorende ziekte symptomen, maar deze kiemen wel op anderen over kan brengen. Dragers vormen een reservoir en kunnen ongemerkt hun omgeving besmetten.
ELISA: ‘Enzyme Linked Immunosorbent Assay’ (ook wel ‘Enzyme Immuno Assay’ genoemd). Met deze immunologische techniek wordt gebruik gemaakt van antistoffen, waaraan een enzym is gekoppeld. Door de aanwezigheid van dit enzym kan er, na de vorming van antistof/antigeen complex en toevoeging van een bijpassend substraat, een kleurreactie optreden. Deze enzym-gelabelde antistoffen kunnen óf specifiek gericht zijn tegen het te onderzoeken micro-organisme (directe test) óf tegen bv. menselijk IgG c.q. IgM. In dit laatste geval kunnen (micro-organisme-)specifieke antistoffen (IgG c.q. IgM) in het bloed worden aangetoond (indirecte test). Er bestaan verschillende modificaties van deze techniek, zie ook ‘Immunofluorescentie’.
FTA-abs: ’fluorescerende treponema antilichaamabsorptie’. Deze serologische test toont aanwezige specifieke antistoffen tegen Treponamata (de veroorzaker van syfilis) in het patiëntenserum aan.
GCU:‘Gonococcal urethritis’. Urethritis veroorzaakt door Neisseria gonorroeae.
HIV:‘Human Immunodeficiency Virus’.
HPV: Humaan papilloma virus.
HSV:Herpes simplex virus.
Immunofluorescentie (IF):een immunologische techniek waarbij gebruik wordt gemaakt van antistoffen waaraan een fluorescerend reagens is gekoppeld, zodat gevormde antistof/antigeen complexen met een immunofluorescentie- microscoop zichtbaar gemaakt kunnen worden. Deze fluorescerende antistoffen kunnen óf specifiek gericht zijn tegen het te onderzoeken micro-organisme (directe test) óf tegen bv. menselijk IgG of IgM (indirecte test). In dit laatste geval kunnen bv. (microganisme-) specifieke antistoffen (IgG c.q.
IgM) in het bloed aangetoond worden (indirecte test). Er bestaan verschillende modificaties van deze techniek. Zie ook ‘Elisa’.
Kruisreactie:als in een immunologische test een niet bedoelde antistof-antigeen binding plaats heeft, spreken we van een kruisreactie. Dit kan zowel optreden in testen waarbij met behulp van bekende specifieke antistoffen gepoogd wordt een specifiek micro-organisme te detecteren (directe test) als in serologische testen waarbij m.b.v. bekende antigenen naar de aanwezigheid van specifieke antistoffen wordt gezocht. Kruisreacties treden op als de niet bedoelde reactant (antigeen of antistof, afhankelijk van het testtype) in structuur gelijkenis vertoont met de wel-bedoelde reactant.
LCR en PCR:‘Ligase Chain Reaction’ resp. ‘Polymerase Chain Reaction’. Met de termen LCR en PCR worden technieken aangegeven, waarmede buitengewoon kleine hoeveelheden specifieke DNA-fragmenten in klinisch materiaal kunnen worden gedetecteerd. Deze hoge gevoeligheid wordt bereikt door het DNAfragment eerst binnen een paar uur exponentieel (ca. 106-voudig) te vermenigvuldigen en het pas daarna te detecteren. Vaak aangeduid als ‘amplificatie test’. De PCR is sterk verwant aan de LCR, ofschoon de amplificatie mechanismen en de reagentia verschillend zijn.
NGU: ‘Nongonococcal Urethritis’. Dit is een urethritis door een diversiteit aan micro-organismen veroorzaakt, uitgezonderd de gonokok.
PID: ‘Pelvic Inflammatory Disease’.
Serologisch onderzoek:onderzoek in het serum van de patiënt naar de aanwezigheid van specifieke antistoffen gericht tegen micro-organismen die (mogelijk) de oorzaak zijn van een infectieziekte.
Serumpaar: zie hoofdstuk ‘Infectieziekten’.
SOA:seksueel overdraagbare aandoeningen; infecties die door een heterogene groep agentia worden veroorzaakt. Zij zijn onder één noemer gebracht omdat seksueel contact een epidemiologisch belangrijke transmissiemechanisme is.
TPHA:Treponema pallidum hemagglutinatie. Bij deze test zijn aan erytrocyten treponemaspecifieke antigenen gebonden. Indien antistoffen tegen Treponemata in het serum van de patiënt aanwezig zijn vindt agglutinatie van erytrocyten plaats.
VDRL:een flocculatie test, waarbij VDRL-antigeen (= cardiolipine gekoppeld aan latexbolletjes) wordt samengebracht met patiëntenserum op een objectglas. Het is een niet-treponemale test en minder specifiek dan TPHA en FTA-abs. De RPR card test is een variant en kan in plaats van de VDRL worden gebruikt. De resultaten zijn vergelijkbaar.

* HIV besmettingen zijn niet in dit hoofdstuk opgenomen; zie hiervoor hoofdstuk ‘Infectieziekten’.

Verder in deze paragraaf:
- Geen gerelateerde onderwerpen beschikbaar

Print deze pagina
 
Copyright © 2002 - 2012 SAN - info@de-san.nl