 |
10.2.2.1 Aandachtspunten
-het aantonen van een potentieel pathogeen micro-organisme (bv. Candida albicans) is niet voldoende om te besluiten dat er een infectie is. De combinatie van klinisch beeld èn het aantonen van een pathogeen micro-organisme leidt pas tot de diagnose en therapie. Ook kan het voorkomen dat potentieel pathogene microorganismen worden gedetecteerd zonder dat er klinische verschijnselen zijn. I.v.m. mogelijke overdracht op seksuele partners, zal dan toch moeten worden behandeld. - zwangeren, die besmet zijn, kunnen zich (te) laat presenteren voor prenatale zorg, waardoor isico bestaat op congenitale infecties (syfilis, Chlamydia infectie, HIV infectie). Bij neonatale infecties moeten moeder en haar partner behandeld worden. - ad anamnese: vragen als wisselende contacten? nieuwe partner? vroeger ook SOA gehad? consequent condoom gebruik? partner ook symptomen en welke? veranderde afscheiding? contactbloedingen of andere klachten na contact? symptomen van urineweginfectie? manier van seksueel contact? drugsgebruik? zijn punten die n de anamnese voorkomen. Ref. 1 behandelt de problemen die daarbij kunnen rijzen in de huisarts-patiënt relatie. - het is van groot belang bij gebleken besmetting de partner te waarschuwen, te onderzoeken en zo nodig (mede) te behandelen. - kinderen (neonaten en oudere) kunnen zich presenteren met symptomen (aan genitaliën, anus, mond, ogen) die op misbruik kunnen wijzen. In de anamnese kunnen niet bij de leeftijd passend gedrag en bepaalde klachten (hyperventilatie, vage buikpijn) vóórkomen (voor uitgebreide beschrijving zie ref. 2, blz. 116-121). Er kan echter ook sprake zijn van een chronische vorm van een perinatale besmetting. - bij leukocyten in urine overwege men ook de aanwezigheid van een SOA. - het is belangrijk van te voren contact met het laboratorium op te nemen om de volgende redenen: Afname materiaal moet afgestemd zijn op de technieken van het laboratorium. Het gebruik van ongeschikt materiaal kan resulteren in niet (kunnen) uitvoeren van het gevraagde onderzoek c.q. foute uitslag. Informeren naar het benodigde afnamemateriaal is derhalve noodzakelijk. Uiteraard is het ook wenselijk te informeren welke methodieken ter beschikking staan, wat het (daarbij behorende) meest geschikte afnametijdstip is en hoe snel het materiaal op het laboratorium dient te zijn. - het afnemen van materiaal voor het detecteren van een micro-organisme dient in het algemeen te gebeuren voordat een eventuele therapie wordt gestart. Blijkt er na het instellen van de medicatie geen verbetering op te treden, dan moet men rekening houden met een dubbelinfectie, bv. de combinatie gonokok-chlamydia of met resistentie.
Verder in deze paragraaf:
 |
Print deze pagina |
|
 |