10.2  Infecties

- 10 Infecties
- 10.2 Seksueel overdraagbare aandoeningen
- 10.2.4 Speciale onderwerpen
- 10.2.4.1 Herpes neonatorum

 

10.2.4.1 Herpes neonatorum

Op 7 juni 2001 is er een Consensusbijeenkomst geweest voor het opstellen van nieuwe richtlijnen ‘Seksueel overdraagbare aandoeningen en Herpes neonatorum’. Dit heeft geleid tot grote wijzigingen in de richtlijnen voor de preventie van Herpes neonatorum (3). Deze nieuwe richtlijnen zijn hieronder kort samengevat.

Beleid bij de zwangere
- zwangeren met een uitgebreide en veel klachten veroorzakende, al dan niet primaire, herpes genitalis dienen met aciclovir behandeld te worden, onafhankelijk van de duur van de zwangerschap. Daarbij kan hetzelfde doseringsschema worden gehanteerd als bij niet-zwangeren.
- bij een (vermoedelijk) primaire anogenitale HSV infectie in de laatste 6 weken van de zwangerschap - of tijdens de baring - wordt een sectio caesarea aanbevolen.
- bij verdenking op een herpes recidief kan vaginale baring plaatsvinden. Afhankelijk van de lokalisatie van het recidief kan worden overwogen vóór de baring op de lesie betadinejodium aan te brengen, of de lesie af te plakken.
- het nut van HSV onderzoek bij zwangeren die bekend zijn met herpes genitalis, maar die geen herpes lesies hebben durante partu, is niet wetenschappelijk aangetoond en wordt daarom niet langer geadviseerd. Ook het regelmatig testen van zwangeren op de HSV serostatus levert géén bijdrage aan de preventie van Herpes neonatorum, en wordt daarom niet aanbevolen. Hetzelfde geldt voor het profylactisch gebruik van aciclovir bij risicozwangeren in de laatste maand van de zwangerschap.
- HSV onderzoek bij de zwangere is alléén geïndiceerd indien tijdens de zwangerschap of baring voor het eerst sprake is van (een) voor herpes genitalis verdachte lesie(s). Dit onderzoek dient bij voorkeur uitgevoerd te worden d.m.v. PCR, of anders d.m.v. kweek

Beleid bij de neonaat
- bij neonaten van zwangeren met (een) voor herpes genitalis verdachte lesie(s) durante partu dient altijd materiaal voor HSV onderzoek te worden afgenomen van zowel conjunctiva als oropharynx, bij voorkeur 24 - 48 uur post partum. Het onderzoek dient bij voorkeur uitgevoerd te worden d.m.v. PCR, of anders d.m.v. kweek.

Risico’s ná de geboorte
De pasgeborene kan postnataal alsnog Herpes neonatorum oplopen van een ieder met een (recidiverende) herpes labialis (koortslip), die intensief met het kind omgaat (ouders, overige familie, ziekenhuispersoneel). Dit gevaar kan afdoende bestreden worden door:
- het voorkómen van direct contact tussen de lesie en het kind (bijvoorbeeld: niet kussen).
- het goed handen wassen vóór de verzorging van het kind, óók door personeel dat zelf geen lesies heeft.
- het bedekken van de lesies bij de verzorging van het kind met een mondmasker (of anderszins indien de lesies elders zijn gelokaliseerd), totdat de lesies zijn opgedroogd. Borstvoeding is toegestaan, mits er geen lesies zijn aan de tepel.
- het als besmet beschouwen van alle voorwerpen en kleding die met de lesies in aanraking zijn geweest.

Verder in deze paragraaf:

Print deze pagina
 
Copyright © 2002 - 2012 SAN - info@de-san.nl