10.2  Infecties

- 10 Infecties
- 10.2 Seksueel overdraagbare aandoeningen
- 10.2.4 Speciale onderwerpen
- 10.2.4.3 Patiëntenvoorbeeld

 

10.2.4.3 Patiëntenvoorbeeld

Patiente M, 26 jaar, meldt zich bij de huisarts. Zij klaagt over pijn bij het plassen en een branderig gevoel. In het sediment worden leukocyten gevonden en de behandeling voor een urineweginfectie urineweginfectie wordt ingesteld (nitrofurantoïne). Na 2 weken komt patiënte terug: de klachten zijn verminderd, maar zij heeft pijn in de onderbuik. Urine wordt opgestuurd naar het bacteriologisch laboratorium. Uitslag: geen ziekte verwekkende micro-organismen geïsoleerd. Er wordt besloten af te wachten. Een week hierna komt patiënte terug. De pijn in de onderbuik is toegenomen, er is vaginaal bloedverlies. Bij onderzoek blijken de adnexen pijnlijk, de temperatuur is 38°C. In de cervix wordt bloed waargenomen, dat voor onderzoek wordt opgestuurd. Uitslag:
‘Chlamydia trachomatis’. Therapie wordt ingesteld met doxycycline, 100 mg p.o., om de 12 uur.
Na drie dagen zijn de klachten sterk verbeterd. Therapie 14 dagen. Een week na beëindigen van de therapie is de PCR test op C. trachomatis negatief.
Kort commentaar: een SOA kan zich manifesteren als een urineweginfectie. Reageert een patiënt niet op de gebruikelijke therapie voor infectie van de urinewegen, dan kan het zijn dat er sprake is van een resistente bacterie, maar ook kan SOA in de differentiaal diagnose worden overwogen (anamnese).
Indien in het beschreven geval de patiënte niet goed had gereageerd op de ingestelde therapie met doxycycline, dan is een menginfectie met bv. aërobe enterobacteriaceae en anaëroben mogelijk. Klinische behandeling is in dat geval aanbevolen. Een brede antibiotische behandeling gericht tegen alle mogelijke pathogenen kan dan worden ingesteld.

Verder in deze paragraaf:

Print deze pagina
 
Copyright © 2002 - 2012 SAN - info@de-san.nl