10.3  Infecties

- 10 Infecties
- 10.3 Importziekten
- 10.3.2 Diagnostiek
- 10.3.2.1 Anamnese

 

10.3.2.1 Anamnese

Waar is de patiënt geweest?
De geografische voorgeschiedenis is meestal de belangrijkste sleutel tot de diagnose, waarbij ook tussenstops, kortdurende uitstapjes of omwegen niet aan de aandacht mogen ontsnappen. Het ziektepatroon in het Verre Oosten is anders dan in Afrika of Zuid-Amerika. In gebieden met grote mensenconcentraties, waar hygiënischeomstandigheden te kort schieten, zoals India, Indonesië, Egypte en Mexico, staan infectieuze darmziekten op de voorgrond. Deze uiten zich vooral in diarree. Alleen buiktyfus begint doorgaans met koorts en obstipatie, pas in een latere fase gevolgd door diarree. Malaria komt vooral voor in de tropische wereld maar de kans op malaria, in het bijzonder de gevreesde malaria tropica, is veel groter in tropisch Afrika dan in Latijns Amerika, Indonesië of India.
Voorts is het van belang of de patiënt toereikend gevaccineerd was voor het gebied dat hij bezocht. Paste hij malariaprofylaxe toe, was hij in een gebied met resistente malaria?
Een bijzonder geval is de zogenaamde luchthavenmalaria opgelopen op of in de nabijheid van een luchthaven. In dat geval wordt de malariaparasiet overgebracht door malariamuskieten die zijn meegereisd met het vliegtuig uit een malaria- endemisch gebied. Omdat een recent verblijf in de tropen in de anamnese ontbreekt wordt de diagnose vaak te laat gesteld.

Wanneer?
De data van verblijf en thuiskomst zijn van betekenis om bepaalde ziekten uit te sluiten.
Aan koorts binnen 7 dagen na het betreden van een malariagebied kan (nog) geen malaria ten grondslag liggen. Ziekten met een kortere incubatietijd die wel in aanmerking komen zijn salmonellose, legionellose, dengue en rickettsiosen.
Omgekeerd is malaria tropica meer dan 2 maanden na terugkomst niet waarschijnlijk. Wel blijven de andere soorten malaria mogelijk!
Bij een aantal uitheemse ziekten kan een lange latentietijd bestaan. Voorbeelden hiervan zijn het amoebenabces van de lever, malaria tertiana, viscerale leishmaniasis en echinococcose.

Hoelang?
Met de duur van het verblijf neemt de expositie en dus het infectierisico toe (met name tuberculose, zie onder).

Hoe, d.w.z. onder welke omstandigheden verkeerde men?

Bij een kort bezoek in een goed hotel in een grote stad loopt men een andersoortig en meestal gering risico (bv. legionellose of dengue fever) dan gedurende een lang verblijf op het ’platteland’ in nauw contact met de plaatselijke bevolking (malaria, diarreeziekten, tuberculose, wormziekten, enz.). Zo blijkt dat de infectiekans op tuberculose, afgemeten aan een tuberculine omslag bij Nederlandse reizigers die voor langere tijd (tenminste 3 maanden) in een hoogendemisch land verblijven, 2,8 per 1000 personen per maand verblijf is; voor gezondheidswerkers is deze infectiekans zelfs 7,9 per 1000 personen per maand. Het onderzoek had betrekking op reizigers die relatief veel in contact kwamen met de lokale bevolking; 55% reisde geheel of ten dele voor werk of stage en bijna iedereen had gebruik gemaakt van openbaar vervoer en/of in guesthouses overnacht.

Wat heeft de patiënt gedaan?
Heeft hij gezwommen in oppervlaktewater (acute schistosomiasis in Afrika, leptospirose in Zuid-Oost Azië)? Is hij in de buurt van dieren geweest, bv. in een wildpark (Q-koorts, Afrikaanse tekenkoorts, slaapziekte)? Wat heeft hij gegeten (salmonellose, trichinosis)? Heeft hij op blote voeten gelopen (wormziekten als mijnworm of strongyloïdiasis)? Verder mogen onveilige seksuele contacten niet vergeten worden.

Verder in deze paragraaf:
- Geen gerelateerde onderwerpen beschikbaar

Print deze pagina
 
Copyright © 2002 - 2012 SAN - info@de-san.nl