12.1  Immunologie en allergie*

- 12 Immunologie en allergie*
- 12.1 Inleiding tot de immunologie*
- 12.1.2 Fysiologie en pathofysiologie van de afweer
- 12.1.2.4 Auto-imuunziekten

 

12.1.2.4 Auto-imuunziekten

Het afweersysteem heeft twee fundamentele eigenschappen: het vermogen om ‘vreemd’ te herkennen en hiertegen te reageren en het vermogen om eigen lichaamsstructuren (‘zelf ’) ongemoeid te laten.
Deze tolerantie voor ‘zelf ’ kan onder bepaalde omstandigheden (de oorzaak is veelal niet bekend) doorbroken worden, waardoor autoimmuunreacties op gang komen die tot weefselschade leiden (auto-immuunziekte). De autoimmuunziekten kunnen onderverdeeld worden in een spectrum met aan de ene zijde orgaanspecifieke auto-immuunziekten en aan de andere zijde de gesystematiseerde of niet-orgaanspecifieke auto-immuunziekten (tabel 1).
De orgaanspecifieke ziekten betreffen vooral aandoeningen van endocriene organen waarbij de auto-antistoffen gericht zijn tegen antigenen die specifiek zijn voor het betreffende orgaan. Tussen de orgaan-specifieke auto-immuunziekten treedt overlapping op, zowel serologisch (bv. het gelijktijdig voorkomen van auto-antistoffen tegen maagpariëtaalcellen en tegen schildkliercellen en/of - producten bij patiënten met de ziekte van Hashimoto) als klinisch (het gelijktijdig voorkomen van pernicieuze anemie en de ziekte van Hashimoto). Bij de gesystematiseerde auto- immuunziekten zijn meerdere o aansystemen bij het ziekteproces betrokken terwijl de autoantistoffen gericht zijn tegen antigenen die niet specifiek voor één orgaan zijn. Een voorbeeld hiervan is de ziekte SLE (systemische lupus erythematodes), waarbij auto-antistoffen tegen DNA voorkomen.



Verder in deze paragraaf:

Print deze pagina
 
Copyright © 2002 - 2012 SAN - info@de-san.nl