12.1  Immunologie en allergie*

- 12 Immunologie en allergie*
- 12.1 Inleiding tot de immunologie*
- 12.1.2 Fysiologie en pathofysiologie van de afweer
- 12.1.2.6 Transplantatie en afstoting

 

12.1.2.6 Transplantatie en afstoting

Orgaantransplantatie is thans een belangrijke therapeutische aanwinst bij patiënten met terminale insufficiëntie van nieren, lever, hart en longen terwijl het daarnaast wordt toegepast bij vervanging van corneae en (in zeer beperkte mate) bij de behandeling van juveniele diabetes mellitus (transplantatie van pancreas of eilandjes van Langerhans). Bij deze transplantaties worden lichaamsvreemde weefsels ingebracht met ‘vreemde’ weefselantigenen (klasse I HLA-moleculen op alle kern houdende cellen; klasse II HLA-moleculen op antigeen presenterende cellen, B-lymfocyten en onder bepaalde condities ook op andere cellen). Herkenning van ‘vreemde’ weefselantigenen door het afweersysteem van de ontvanger leidt tot transplantaatafstoting.
Om dit te voorkómen ontvangen patiënten na transplantatie medicamenten die de afweerreactie onderdrukken. Daarnaast wordt vooral bij niertransplantatie het donororgaan wat betreft zijn weefselantigenen zo goed mogelijk aangepast aan de weefselantigenen van de ontvanger. Deze ‘matching’ vindt in Nederland plaats via Eurotransplant te Leiden.
Bij beenmergtransplantatie is de situatie omgekeerd. Het beenmerg van de donor bevat de immunologisch actieve (voorloper)cellen terwijl het immuunsysteem van de ontvanger door bestraling en cytostatica vóór de transplantatie grotendeels uitgeschakeld wordt. Bij deze allogene beenmergtransplantaties dient een zeer nauwkeurige ‘matching’ tussen de weefselantigenen van donor en ontvanger plaats te vinden. Desalniettemin treedt af en toe toch een afstotingsreactie op waarbij het donorbeenmerg (‘graft’) het lichaam waarin het getransplanteerd is (‘host’) afstoot. Deze ‘graft-versus-host’ reactie kan een zeer ernstig ziektebeeld vormen.

Verder in deze paragraaf:

Print deze pagina
 
Copyright © 2002 - 2012 SAN - info@de-san.nl