 |
12.1.3.1 Imuundeficiënties
Een immuundeficiëntie wordt vermoed wanneer: 1. zich recidiverende infecties voordoen, 2. infecties optreden met micro-organismen die normaal nauwelijks tot ziekte aanleiding geven (‘opportunistische infecties’), 3. infecties onvoldoende op normaliter adequate behandeling reageren. De aard van de infecties geeft een indicatie van de lokalisatie van de stoornis in het immuunsysteem (tabel 2). Daarom is het van groot belang om bij vermoeden op een immuundeficiëntie de aard van de micro-organisme(n) die ten grondslag liggen aan de infectie d.m.v. microbiologisch onderzoek vast te stellen. Wanneer bv. recidiverende luchtweginfecties optreden met pneumokokken dient aan de mogelijkheid van een deficiëntie in de specifieke humorale immuniteit gedacht te worden. Andere mogelijke oorzaken zoals CARA, pancreasfibrose, slijmvliezen met niet bewegende trilharen (immobiel-cilia syndroom) en sequestratie, dienen zo veel mogelijk uitgesloten te worden. Bij de anamnese gericht op het kunnen bestaan van immuundeficiëntie is het verder van belang te vragen naar het gebruik van immuunsuppressieve medicatie (cytostatica, immuunsuppressiva in engere zin, corticosteroïden), de mogelijke aanwezigheid van persisterende virusinfecties (denk met name aan HIV infectie, aan te tonen middels serologisch onderzoek) en het vóórkomen van afweerstoornissen binnen de familie (verschillende vormen van primaire immuundeficiëntie zijn overerfbaar). Screenend laboratoriumonderzoek zal zich in het geval van recidiverende luchtweginfectie eerst richten op het eiwitspectrum: het ontbreken van de zg. piek in de γ-globulinefractie wijst op het deficiënt zijn aan antistoffen. In een volgende fase kunnen de verschillende klassen immunoglobulinen (IgM, IgG, IgA) bepaald worden. Overigens sluit een normale y-globulinefractie in het eiwitspectrum het bestaan van een specifieke humorale immuundeficiëntie niet uit. Een verdere analyse zal dan als regel echter niet in de eerste lijn plaatsvinden. Een nadere analyse van het immunologisch afweervermogen valt buiten het bestek van de eerste-lijnsgeneeskunde en dient veelal in een gespecialiseerd centrum plaats te vinden.
Verder in deze paragraaf:
 |
Print deze pagina |
|
 |