 |
12.1.3.2 Auto-imuunziekten en allergie
Orgaanspecifieke auto-immuunziekten betreffen veelal endocriene organen. Bij vermoeden op stoornissen in de functie van deze organen zullen geëigende bepalingen worden verricht (bv. TSH bepaling bij verdenking op hypothyreoïdie). Bepaling van auto-antistoffen tegen orgaanspecifieke antigenen (bv. auto-antistoffen tegen thyreoglobuline of schildklierperoxidase bij autoimmuun schildklieraandoeningen) kan de diagnose ondersteunen. Wel dient hierbij bedacht te worden dat deze auto-antistoffen ‘asymptomatisch’ kunnen voorkomen, d.w.z. zonder dat er sprake is van functionele orgaanafwijkingen.
Verder in deze paragraaf:
 |
Print deze pagina |
|
 |