12.2  Immunologie en allergie*

- 12 Immunologie en allergie*
- 12.2 Allergische aandoeningen
- 12.2.1 Afkortingen en nomenclatuur

 

12.2.1 Afkortingen en nomenclatuur

Atopie:neiging om IgE te maken tegen atopische allergenen; gaat vaak gepaard met ziektebeelden als astma, rinitis, eczeem (type I allergie).
Atopische allergenen:allergenen behorend tot het zg. atopische cluster (zoals huisstofmijt, graspollen, pinda, melk, latex). Wespengif behoort niet tot het cluster.
Epitoop:het gedeelte in de (ruimtelijke) structuur van het antigeen dat betrokken is in de binding van het antigeen aan het antilichaam (immunologische reactie). Andere benaming: antigene determinant. De epitoop bepaalt de specificiteit van het antigeen in een immunologische reactie.
Contactallergeen: allergenen die na contact met de huid aanleiding geven tot een overgevoeligheidsreactie van het type IV.
IgE:immunoglobuline E. Men onderscheidt verschillende klassen van immunoglobulinen: IgA, IgG, IgM, IgD, en IgE. De antistoffen (immunoglobulinen) van de IgE klasse worden in dit hoofdstuk kortweg aangeduid met de term IgE.

Verder in deze paragraaf:
- Geen gerelateerde onderwerpen beschikbaar

Print deze pagina
 
Copyright © 2002 - 2012 SAN - info@de-san.nl