 |
12.2.4 Patiëntenvoorbeeld
Patiëntje, jongen van 1,5 jaar Meer dan een jaar geleden uitgesproken klachten klachten van eczeem. Tests positief voor koemelk- en kippenei-eiwitten en negatief voor soja-eiwit. Gebruik van sojamelk i.p.v. melkproducten deed eczeem echter slechts ten dele afnemen. Weinig of geen baat bij triamcinolonzalf, antihistaminicum en kokertjes tegen krabben. Bevindingen bij presentatie: ernstig en sterk jeukend eczeem, maakt geen sociaal contact (psychomotorische achterstand). Duidelijke eosinofilie en verhoogd totaal IgE-gehalte. Tests positief voor koemelk, katte-antigeen, soja en graspollen. Positieve familie-anamnese voor eczeem en astma. Beloop: sojamelk wordt vervangen door weieiwithydrolysaat. In enkele maanden is het eczeem verdwenen en treedt een duidelijke versnelling in de tot nu achtergebleven geestelijke en lichamelijke ontwikkeling op. Na ca. 3 jaar is hij nog steeds klachtenvrij mits koemelk- en kippenei-eiwitvrij dieet wordt gehandhaafd. Zo nu en dan wel reactie op inhalatie-allergenen (bv. van bloeiende planten). Na 5 jaar gaf koemelk echter geen problemen meer; het nuttigen van kippenei-eiwit daarentegen wel. Conclusie: voedselallergie die al vroeg leidde tot atopisch eczeem. Isolatie van de omgeving door het in beslag genomen zijn van de overheersende jeuk, leidende tot vertraging in de ontwikkeling. Opmerking: het atopisch eczeem manifesteert zich in meeste gevallen al in de zuigelingenleeftijd. Bij deze patiënt is de voedselallergie al ontstaan tijdens de periode van borstvoeding. Deze casus illustreert de beperkte waarde van laboratoriumonderzoek (de negatieve uitslag van de eerste specifieke IgE test voor soja-eiwit was waarschijnlijk fout-negatief ) en de grote betekenis van vervanging (‘eliminatie’) van het bestaande dieet door wei-eiwithydrolysaat waardoor de rol van bepaalde voedingsbestanddelen als initiërende factor van het eczeem wordt onderkend.
Verder in deze paragraaf:
- Geen gerelateerde onderwerpen beschikbaar
 |
Print deze pagina |
|
 |