14.1  Oncologie

- 14 Oncologie
- 14.1 Tumormerkers: een overzicht ten dienste van de eerste lijn*
- 14.1.1 Afkortingen en nomenclatuur

 

14.1.1 Afkortingen en nomenclatuur

ACTH: adrenocorticotroop hormoon. Een pulsatiel door de hypofyse uitgescheiden hormoon, dat betrokken is bij de productie van glucocorticosteroiden door de bijnierschors.
AF: alkalische fosfatase.
Ca 15.3:een glycoproteïne, geproduceerd in melkklieren. Soms aangeduid als Ca 27.29.
Catecholaminen: verzamelnaam voor adrenaline, noradrenaline en dopamine.
CEA:carcino-embryonaal antigeen.
αFP:α-foetoproteïne.
Gastrine: één van de factoren die de pariëtale cellen van de maag activeren tot uitscheiding van maagzuur.
γGTγ-glutamyltransferase.
hCG: humaan choriogonadotropine. Zie hoofdstuk ‘Cyclusstoornissen’.
hCT: humaan calcitonine.
5-HIAA: 5-hydroxyindolazijnzuur.
MEN:multiple endocriene neoplasie.
Paraproteïnen: verzamelnaam van in abnormale hoeveelheden geproduceerde monoklonale immunoglobulinen door één kloon plasmacellen of B-lymfocyten.
Prolactine:een door de hypofyse uitgescheiden hormoon dat o.a. betrokken is bij de ontwikkeling van de mammae en de melkvorming.
PsA:prostaat-specifiek antigeen.
SCC-antigeen: ‘Squamous Cell Carcinoma’-antigeen.

Verder in deze paragraaf:
- Geen gerelateerde onderwerpen beschikbaar

Print deze pagina
 
Copyright © 2002 - 2012 SAN - info@de-san.nl