14.1  Oncologie

- 14 Oncologie
- 14.1 Tumormerkers: een overzicht ten dienste van de eerste lijn*
- 14.1.2 Gebruik van tumormerkers
- 14.1.2.1 Definities

 

14.1.2.1 Definities

Een ideale tumormerker is een stof in bloed (of andere lichaamsvloeistof ), waarvan de concentratie gebruikt kan worden voor het stellen van de diagnose van een kankersoort (in zo vroeg mogelijk stadium) en het stellen van de prognose der behandeling. Tevens wordt verwacht dat concentratieveranderingen van de merker in bloed e.d. gecorreleerd zijn met de toe- c.q.
afname van het volume van de tumor en derhalve van het effect van een therapie. Helaas zijn er slechts zeer weinig stoffen die aan deze verwachting voldoen; wel kunnen in bloed (urine, liquor e.d.) stoffen worden aangetoond die aan dit ideaal in zoverre voldoen dat zij in de praktijk, mits men de beperkingen in acht neemt, als tumormerkers kunnen worden gebruikt. De specificiteit van bijna alle tumormerkers is te gering om op grond van het aantonen in bloed e.d. alléén de diagnose ‘kanker’ te stellen en de sensitiviteit is te gering om een kleine tumor te ‘verraden’; zij kunnen wel een werkdiagnose ondersteunen als hogere concentraties worden gemeten (voorbeelden: CEA, PsA).

Tumoren die zich in hormoon uitscheidende organen ontwikkelen, zijn in staat zelf ook deze hormonen te maken en in abnormale hoeveelheden te gaan uitscheiden. Hun abnormale concentratie in bloed en de veranderingen hierin, bv. door therapie, maken dat zij dan als tumormerker dienst kunnen doen. In sommige gevallen hebben deze hormonen de normale fysiologische activiteit; voorbeelden: bijnierschorsadenoom leidend tot overmaat cortisol (verschijnselen van Cushing syndroom), insulinoom leidend tot overmaat insuline in bloed (en vervolgens tot hypoglycemie) en prolactinoom leidend tot overmaat prolactine. In zeldzame gevallen produceert een tumor een hormoon terwijl hetorgaan, waaruit de tumor zich heeft ontwikkeld, dit hormoon niet produceert (‘ectopische’ productie van het hormoon). Een voorbeeld is de productie van ACTH door kleincellig bronchuscarcinoom.

In de evaluatie van de therapie, en soms zelfs voor de prognosestelling, kunnen tumormerkers vaak wel een bijdrage leveren; tabel 1 geeft een overzicht van de meest gebruikte tumormerkers en de gevallen waarin zij bruikbaar kunnen zijn.
Tenslotte kunnen afwijkende laboratoriumgegevens van sommige stoffen in bepaalde gevallen een aanwijzing geven over lokalisatie of uitbreiding van een tumor. Bedoeld zijn stoffen die op zich in het geheel niet als tumormerker gelden, omdat hun verhoogde concentratie een secundair effect is van de aanwezigheid van een tumor.

Voorbeeld: verhoogde enzymwaarden bij levermetastasen.
Dergelijke stoffen kunnen, evenals tumormerkers in eigenlijke zin, goede diensten bewijzen als toetssteen voor het effect van therapie.

Verder in deze paragraaf:

Print deze pagina
 
Copyright © 2002 - 2012 SAN - info@de-san.nl