| BVO: | bevolkingsonderzoek. |
| CIN: | cervicale intra-epitheliale neoplasie. Dit is een gradering van de ernst van afwijkingen aan plaveiselepitheel van de cervix uteri. (CIN I = lichte dysplasie, CIN II = matige dysplasie CIN III = sterke dysplasie of carcinoma in situ). |
| Cytologie: | morfologisch onderzoek van losliggende (dus niet in weefselverband beoordeelbare) cellen, verkregen door afstrijken van een orgaan, puncteren van een lesie of centrifugeren en sedimenteren van een vloeistof (pleuravocht, ascites). |
| FNAC: | fijne-naald aspiratiecytologie (= punctiecytologie). |
| Histologie: | morfologisch onderzoek van weefsel, waarbij niet alleen de individuele celkenmerken kunnen worden bestudeerd (zoals bij de cytologie), maar ook de onderlinge samenhang, de weefselarchitectuur enz.. |
| KOPAC: | landelijk en uniform gehanteerd systematisch numeriek scoringsysteem voor het beoordelen van cervixuitstrijken. Het is een acroniem voor Kwaliteit, Ontsteking, Plaveiselepitheel, Andere afwijkingen en Cylinderepitheel. Deze vijf rubrieken vormen de basis voor de systematische beoordeling en codering; voor elke rubriek vindt een codering in één van 10 elkaar uitsluitende categorieën plaats. Deze KOPAC-vastlegging vormt vervolgens het uitgangspunt voor de classificatie. |
| PALGA: | landelijk diagnose-registratiesysteem (Pathologisch Anatomisch Landelijk Geautomatiseerd Archief) van alle cel- en weefseldiagnoses alsmede obducties. Elk laboratorium heeft een eigen computersysteem (decentraal systeem) dat gekoppeld is aan de landelijke data-base in Amsterdam (centraal systeem). Voor de pathologie van eminent belang voor kwaliteitscontrole en - bevordering van de diagnostiek en ook gebruikt voor (klinisch-)epidemiologisch onderzoek. |