15.1  Histologie en cytologie

- 15 Histologie en cytologie
- 15.1 Klinische pathologie*
- 15.1.2 De betekenis van cel- en weefseldiagnostiek voor de eerste-lijnszorg

 

15.1.2 De betekenis van cel- en weefseldiagnostiek voor de eerste-lijnszorg

Het specialisme klinische pathologie (vroeger pathologische anatomie geheten) neemt tegenwoordig een andere plaats binnen de gezondheidszorg in (1-3). Taak en inhoud van de eerste- lijnszorg zijn de laatste jaren eveneens sterk gewijzigd. Deze ontwikkelingen samen hebben tot gevolg dat huisartsen steeds vaker een beroep doen op laboratoria voor pathologie. Van oudsher was de cervixcytologie het meest voorkomende onderzoek, tegenwoordig worden daarnaast excisies van de 'kleine' chirurgie (vooral huidtumoren) opgestuurd. Veel pathologische laboratoria bieden de mogelijkheid puncties te laten verrichten van palpabele zwellingen (3). Met die punctie-uitslag kan een veel gerichter diagnostisch beleid worden gevoerd. Ook wordt cytodiagnostiek van sputa en lichaamsvochten verricht.
De meeste ziekten zijn morfologisch gedefinieerd. De morfologische diagnose, zoals door de klinisch patholoog gesteld, is dan ook in vergelijking met andere diagnostische methoden het meest doorslaggevend. Toch blijft het vanuit het perspectief van besluitvorming door de behandelend (huis)arts een 'test' zoals alle andere in dit boek beschreven mogelijkheden voor onderzoek. Geen enkele test is perfect, dus ook niet de morfologische diagnostiek van de klinisch patholoog. Cytologische diagnostiek kent vaker onjuiste classificaties dan de histologische.
Dit betekent dat wanneer de huisarts een (cytologisch) onderzoek aanvraagt, hij of zij altijd de uitkomst van die test moet interpreteren in de context van de eerdere klinische gegevens.

Wanneer een uitstrijkje, verricht vanwege aanhoudend postcoïtaal bloedverlies, als resultaat een Pap II oplevert, wil dat geenszins zeggen dat de betrokken vrouw zeker geen (pre-) maligne aandoening van de cervix heeft (4).

Uitgaande van de doorslaggevende aard van celen weefseldiagnostiek wordt er in de laboratoria veel aandacht aan kwaliteitstoetsing besteed. Met name wordt gekeken naar de correlatie tussen celdiagnostiek en daarop volgende weefseldiagnostiek (5), of tussen de diagnose gesteld aan biopten en de resultaten van later verricht histologisch onderzoek van operatiepreparaten. Alhoewel er een landelijke diagnoseregistratie van alle laboratoria is (PALGA), wordt vanwege privacy-aspecten alleen binnen eenzelfde afdeling pathologie de volledige uitslag van eerder onderzoek van een patiënt gemeld. Van andere laboratoria wordt alleen een onderzoeknummer getoond.

Verder in deze paragraaf:
- Geen gerelateerde onderwerpen beschikbaar

Print deze pagina
 
Copyright © 2002 - 2012 SAN - info@de-san.nl