 |
16.1.2.4 Intoxicatie en misbruik
Een speciaal geval is een (vermoedelijke) intoxicatie. Bestaat er kans op een acute (schadelijke of levensbedreigende) intoxicatie dan zal de patiënt zo snel mogelijk naar een ziekenhuis met een toxicologisch centrum moeten worden gestuurd. Daar overlegt de internist met de ziekenhuisapotheker zo ja wat, wanneer en waarin moet worden bepaald c.q. waarop moet worden gescreend.
Bij intoxicaties moet men gebruik maken van toxicokinetiek in plaats van farmacokinetiek. Vele parameters (met name absorptie, eiwitbinding en metabolisme) kunnen door verzadiging afwijkend zijn. Valproïnezuur is voor 90% eiwitgebonden en derhalve zal hemodialyse niet zinvol zijn. Bij echter een meer dan tienvoudige overdosering, daalt de eiwitbinding door verzadiging tot 30% en neemt de vrije fractie en dialyseerbare fractie van 10 tot 70% toe, ergo zevenvoudig. Daarom is dialyse dan wel geïndiceerd.
Bij chronische intoxicaties is het tijdstip van afname zelden van belang. Patiënten zijn immers op ‘steady state’; wel kunnen stoffen met een groot verdelingsvolume problemen geven met de analytische detectiegrens (vanwege lage serumconcentratie, zie par. Farmacodynamie en farmacokinetiek, blz. 293). In zulke gevallen is het veelal de vraag of serumconcentraties wel een afspiegeling geven van de ernst van de intoxicatie.
Bij vermoeden van misbruik is het zinvol direct een monster af te nemen en liefst zo snel mogelijk na de vermoedelijke inname. De renale klaring van een aantal stoffen (bv. amfetamine, methadon) - en dus de concentratie in urine - is sterk afhankelijk van de urine-pH . Derhalve kan het zinvol zijn bij drugscontrole de pH van de urine te meten.
Verder in deze paragraaf:
 |
Print deze pagina |
|
 |