16.1  Intoxicaties

- 16 Intoxicaties
- 16.1 Therapeutic Drug Monitoring
- 16.1.3 Interpretatie

 

16.1.3 Interpretatie

Van een aantal geneesmiddelen zijn zogenaamde therapeutische of acceptabele concentratiegebieden en toxische concentraties bekend. Deze referentiewaarden zijn o.a. afhankelijk van:
a. de indicatie van het geneesmiddel en de ziekte (diazepam anxiolytisch (angstremmend) 125 - 250 µg/l, anti-epileptisch 250 - 500 µg/l en bij eclampsie, botulisme: 1000 - 1500 µg/l).
b. individuele factoren zoals leeftijd, gewenning.
c. het tijdstip na inname (top- of dalconcentratie).
d. de metabolieten (nl. het niet of wel worden meebepaald van metabolieten met de gebruikte laboratoriumtechniek).
e. het monster (bloed, serum, urine).
f. interacties; het effect van (genees)middelen kan additief zijn (1 + 1 = 2), potentiëren (1 + 1 >2), inhiberen (1 + 1 <2), of het effect te niet doen (1 + 1 = 0).
Voorbeelden
Alcohol en benzodiazepinen (potentiëren), twee benzodiazepinen (additief ), penicillines + chlooramfenicol (inhibitie) of parathion + atropine (te niet doen; ‘antidotum’).
Deze interacties kunnen òf farmacodynamisch (twee farmacologische effecten) òf farmacokinetisch zijn.
Bij farmacokinetische interacties denken we aan absorptie (tetracyclines + calciumzouten), verdeling (verdringing van coumarines van eiwitten door salicylaten), metabolisme (enzyminhibitie door cimetidine) of eliminatie (penicillines + probenecide).

Bij problemen met de interpretatie van de resultaten of voor kinetische adviezen is het aan te bevelen contact op te nemen met het huisartsenlaboratorium of de dichtstbijzijnde (ziekenhuis)apotheker. Mijns inziens dient ieder laboratorium, dat de geneesmiddelconcentraties bepaalt, aan de arts informatie te (kunnen) verschaffen over: de indicatie (zin/zinloosheid) van de bepaling, monsterkeuze, tijdstip van bloedafname, verzending, kinetische berekeningen en interpretatie van de uitslag.

In tabel 1 zijn een aantal geneesmiddelen opgenomen, die een huisarts mogelijkerwijs zal aanvragen. Deze lijst betreft uitsluitend exogene stoffen, dus wel lithium of lood maar niet ijzer.
In de gevallen waar een D (dal) of T (top) staat wordt het aanbevolen een ‘dal’ (juist vóór gift) respectievelijk een ‘top’ (2 uur na orale gift of 0,5 - 1 uur na iv. gift) af te nemen.
In de andere gevallen is de afnametijd minder kritisch. Veelal zal de dalconcentratie worden genomen. Screening op of aantonen van gebruik/misbruik vereist voldoende hoge concentratie. Daarom is zo snel mogelijk afname (eventueel onder toezicht) gewenst.







Verder in deze paragraaf:
- Geen gerelateerde onderwerpen beschikbaar

Print deze pagina
 
Copyright © 2002 - 2012 SAN - info@de-san.nl