16.2  Intoxicaties

- 16 Intoxicaties
- 16.2 De diagnostiek van alcoholmisbruik en van alcohol-geïnduceerde ziekten
- 16.2.2 Diagnostiek
- 16.2.2.2 Anamnese en onderzoek

 

16.2.2.2 Anamnese en onderzoek

Vroeger of later komen overmatige drinkers of alcoholverslaafde personen bij hun huisarts terecht, meestal met somatische of psychosociale klachten die niet specifiek voor alcoholmisbruik zijn.
Tabel 1 geeft een opsomming van klachten die in verband kunnen staan met alcoholmisbruik.

Overigens zij opgemerkt dat alcohol niet alleen in de categorie alcohol-verslaafden in relatie kan staan met de genoemde lichamelijke of psychische problemen, maar ook bij ‘social drinkers’.
Als verdenking van overmatig (langdurig) alcoholgebruik opkomt, staan volgende wegen open:
A. het stellen van vragen volgens een vragenlijst (of het laten invullen van een vragenlijst door de patiënt) en het afnemen van een familieanamnese en een geneesmiddelen (zie tekstvak) anamnese.
Een positieve familie-anamnese van een alcoholisme is een duidelijke risicofactor voor zelf alcoholist worden, zodat verdenking bij aspecifieke klachten (tabel 1) door aanwezigheid van deze factor gesterkt kan worden.
B. aanvragen van onderzoeken die van nut kunnen zijn om de diagnose van alcoholmisbruik te ondersteunen.
Het stellen van vragen via vragenlijsten kan soms al voldoende zijn voor de vaststelling van alcoholmisbruik.
Een tweede indicatie voor onderzoek is om inmiddels ondergane orgaanschade door alcoholmisbruik aan te tonen.

A. Vragenlijsten
Een geschikte vragenlijst is de AUDIT vragenlijst. Per vraag kunnen maximaal 4 punten worden gerekend op grond van de antwoorden: nooit (nul punten), hoogstens eenmaal per maand (1 punt), twee tot viermaal per maand (2 punten), twee tot driemaal per week (3 punten) en vier tot vijfmaal per week (4 punten).

Een totaal van 8 punten of meer wijst op een potentieel schadelijk niveau van alcoholgebruik.

Een andere vragenlijst, ook genoemd in (3), is de CAGE vragenlijst.Per vraag wordt één punt gerekend.
Twee of meer punten wijst op een potentieel schadelijk niveau van alcoholgebruik. Bij één punt kan er sprake zijn van alcoholmisbruik, maar deze score is minder specifiek dan een score van 2 of hoger.

Een dergelijk set gestandaardiseerde vragen dient afgenomen te worden bij iedere patiënt bij wie verdenking is van overmatig alcoholgebruik.

B. Onderzoeken

Merkers
De meest toegepaste merkers voor overmatig alcoholmisbruik zijn: ASAT, ALAT, γGT en MCV, die in combinatie worden aangevraagd. Uit de uitslagen van ASAT en ALAT wordt de ASAT: ALAT ratio berekend.
Deze merkers hebben op zich onvoldoende sensitiviteit om als screeningsparameters te fungeren (tabel 2).
In samenhang met andere klinische gegevens kunnen de uitslagen echter gebruikt worden om de zekerheid te vergroten dat bij een onderzochte persoon het alcoholmisbruik (mede) de klachten verklaart. Een toevoeging van alkalische fosfatase in de aanvrage kan zinvol zijn. Daarnaast wordt steeds meer gebruik gemaakt van de %CDT test.

De zogenaamde %CDT test (die het % CDT t.o.v. totaal transferrine meet) wordt aanbevolen als een specifieke test voor ernstig alcoholmisbruik. Deze bewering wordt echter door anderen niet bevestigd. Vooralsnog is er weinig reden om een %CDT bepaling in de screening te brengen; men dient rekening te houden met het feit dat de %CDT uitslag minder betrouwbaar is in aanwezigheid van systeemziekten. De winst die men krijgt door ook een %CDT te bepalen zou een verhoging van de specificiteit zijn, nauwelijks een verhoging van de sensitiviteit. De gegevens van sensitiviteit in de literatuur tonen een grote spreiding omdat de sensitiviteit van %CDT afhankelijk is van vele factoren als: hoeveelheid gedronken alcohol, hoeveelheid per dag, lengte en frequentie van abstinentie perioden, moment van de laatste dronk voor monsterafname, betrouwbaarheid van de opgave door patiënt over zijn drinkgewoonte. Een lichte verhoging mag zonder bevestiging door een andere techniek niet geïnterpreteerd worden als recent alcoholmisbruik gezien het grote variatiepercentage in uitkomsten van identieke monsters tussen verschillende laboratoria. De combinatie van %CDT en yGT (een of beide verhoogd) verhoogt de sensitiviteit met een geringe daling van de specificiteit.

Glucose

Gedragsstoornissen en bewusteloosheid kunnen uitingen zijn van een door alcohol geïnduceerde hypoglycemie - zoals reeds kan optreden bij het gebruiken van alcohol na een aantal uren geen koolhydraten te hebben gegeten. Bij een bewusteloze patiënt, die naar alcohol ruikt, dient altijd een bloedglucosegehalte (cito) te worden bepaald.

Alcohol
Er is een zeker verband tussen alcoholconcentraties in bloed en psychomotorische disfuncties. Een bepaling van alcohol in bloed kan derhalve van nut zijn, met name als de patiënt (recent) alcoholgebruik ontkent. Lichte stoornissen in psychomotorische functies (bv. iets vertraagde reactietijden) worden gezien bij alcoholconcentraties in bloed vanaf 500 mg/l (0,5 promille of 11 mmol/l). De meeste individuen hebben duidelijke problemen met coördinatie en evenwicht (’dronken’) bij waarden tussen 1000 mg/l (1 promille of 22 mmol/l) en 1500 mg/l (1,5 promille of 33 mmol/l) en anesthesie en coma treden op bij concentraties vanaf 2500 mg/l (2,5 promille of 54 mmol/l).
Een concentratie van 5000 mg/l (5 promille, 108 mmol/l) of hoger is vaak dodelijk. Opgemerkt dient te worden dat de psychomotorische tolerantie voor alcohol sterk afhankelijk is van de consumptiegewoonten van het individu.

Beeldvormende technieken
Aanwijzingen voor alcoholmisbruik kunnen de volgende afwijkingen zijn, die met beeldvormende technieken kunnen worden opgespoord.

Rib fractuur: aanvragen X-thorax.
Leversteatose: aanvragen echo bovenbuik.
Grote lever, pancreasverkalking: aanvragen X-BOZ.

Verder in deze paragraaf:

Print deze pagina
 
Copyright © 2002 - 2012 SAN - info@de-san.nl