19.1  Diversen

- 19 Diversen
- 19.1 Elektrolietstoornissen in de huisartsenpraktijk*
- 19.1.2 Afwijkingen in de osmolaliteit
- 19.1.2.4 Te lage plasma-osmolaliteit

 

19.1.2.4 Te lage plasma-osmolaliteit

Oorzaken
Onderscheiden kan worden primaire en secundaire water retentie. Het eerste wordt meestal veroorzaakt door een teveel van ADH en wordt het SIADH genoemd. Dit komt voor bij ernstige infecties (pneumonieën), bij cerebrale pathologie en kan ontstaan door (‘ectopische’) ADH produktie door een tumor (m.n. longtumoren).
Secundaire water retentie treedt op bij ondervulling. Onder deze omstandigheden gaat de volume regulatie overheersen over de osmo-regulatie (zie 2B). Teveel water bij een ondervulde circulatie wordt vaak gezien bij hartfalen, levercirrose en bij renaal zoutverlies (diuretica gebruik!). Een bijzondere situatie is de hypo-osmolaliteit bij de Addisonse crise. Hierbij is er naast ADH stimulatie door ondervulling ook sprake van echt natriumtekort. Doordat het natrium retinerende hormoon aldosteron onvoldoende aanwezig is, treedt in de nier dit natrium verlies op.

Diagnostiek
De klinische symptomen nemen toe met de ernst van de hyponatriëmie en worden veroorzaakt door celzwelling in de hersenen: sufheid, verwardheid, hoofdpijn, insulten en coma. In tegenstelling tot hyperosmolaire toestanden waar bepaling van (plasma)natrium en glucose de meeste informatie oplevert, is bij hypo-osmolaire toestanden bepaling van de plasma-osmolaliteit in principe voldoende.
Bij bepaling van alleen natrium kan een pseudo pseudohyponatriëmie over het hoofd worden gezien. Deze kan nog wel eens optreden bij hyperglycemie. Door de hyperglycemie raakt de totale plasma- osmolaliteit verhoogd, waardoor water uit de cellen treedt en verdunning van het plasmanatrium ontstaat.
NB. Bij verdergaand waterverlies door osmotische diurese bij glucosurie kan uiteindelijk bij hyperglycemie juist weer een hypernatriëmie ontstaan, zie boven.
Bepaling van natriumconcentratie en osmolaliteit in de urine kan helpen bij de verdere diagnostiek. Een lage natriumconcentratie wijst erop dat de nier maximaal natrium vasthoudt, zoals gezien wordt tijdens ondervulling.

Behandeling
Ook hierbij geldt dat behandeling van ernstige hypo-osmolaliteit (bv. plasmanatrium <120 mmol/l met klinische symptomen) in het ziekenhuis dient plaats te vinden in verband met neurologische schade bij te snelle correctie.

Indicaties bepaling plasma-osmolaliteit (of natrium + glucose)
- poly-urie.
- verlaagd bewustzijn.
- klinische tekenen van dehydratie.
- ontregelde diabetes mellitus.
- diuretica gebruik.

Verder in deze paragraaf:

Print deze pagina
 
Copyright © 2002 - 2012 SAN - info@de-san.nl