 |
19.1.3.3 Hyperkaliëmie (>5,0 mmol/l)
Oorzaken Er zijn een tweetal oorzaken te noemen: A. Veranderd transcellulair evenwicht, d.w.z. meer K+ is de cel uitgegaan. Dit wordt onder andere gezien bij insulinetekort, bij metabole acidose en bij weefselafbraak (rabdomyolyse, tumorlysis syndroom). Bij insuline-afhankelijke diabetespatiënten kunnen de stijgingen in plasmakalium (na een kaliumbelasting) door verminderde aanwezigheid van insuline snel en groot zijn. Hierbij moet meteen opgemerkt worden dat bij langdurige glucosurie de totale lichaamsvooraad kalium is afgenomen en hierdoor juist weer hypokaliëmie kan ontstaan wanneer insuline gegeven wordt. Bij de behandeling is dan ook van belang om eerst de acidose of hyperglycemie te corrigeren, omdat pas op dat moment inzicht verkregen kan worden of er daadwerkelijk ook een tekort in het totale lichaamskalium bestaat. Bij ontregelde diabetes mellitus betekent dit in de praktijk echter dat men meestal bij het geven van insuline ook kalium moet suppleren, ook als het plasmakalium nog normaal is. B. Verminderde uitscheiding van K+ door de nier. Dit komt voor bij nierinsufficiëntie en bij aldosterontekort. Aldosterontekort kan veroorzaakt worden door medicijnen (ACE-remmers, NSAID’s, spironolacton) terwijl patiënten met de ziekte van Addison hyperkaliëmie (naast hyponatriëmie) krijgen doordat ze geen aldosteron kunnen maken. Het moge duidelijk zijn dat het geven van ACE remmers of NSAID’s bij patiënten met een gestoorde nierfunctie met name berucht is ten aanzien van het veroorzaken van hyperkaliëmie. Opmerking: hemolyse in vitro - zelfs in lichte mate - geeft fout-hogere kaliumuitslag.
Diagnostiek Hyperkaliëmie geeft niet zozeer klachten maar is vooral gevaarlijk omdat het hartritmestoornissen kan geven. De belangrijkste bepaling bij een hyperkaliëmie is het plasmakreatinine als maat voor de nierfunctie. Inzicht in de oorzaak van een acute verhoging van plasmakalium kan verder verkregen worden door tegelijkertijd ook glucose (insulinetekort ?) en bicarbonaat (acidose?) te meten. Bij de anamnese moet men aandacht besteden aan de kalium inname met het voedsel en gebruik van medicijnen die het kalium kunnen verhogen.
Indicaties bepaling plasmakalium - ‘Converting Enzyme’ inhibitie (gebruik ACE remmer). - veelvuldig braken. - ontregelde diabetes mellitus. - langdurige diarree. - digoxine gebruik. - starten/veranderen diuretica gebruik. - NSAID's bij nierfunctiestoornissen. - hypertensie. - nierfunctiestoornissen. - spierzwakte.
Verder in deze paragraaf:
 |
Print deze pagina |
|
 |