2.2  Hemostase en trombose

- 2 Hemostase en trombose
- 2.2 Antitrombotische behandeling*
- 2.2.2 Behandelingsvormen
- 2.2.2.1 Inleiding

 

2.2.2.1 Inleiding

Intramurale behandelingen
Behandeling van trombose in de kliniek is vaak gericht op het weer tot verdwijning brengen van een gediagnosticeerde trombose. Voor arteriële tromboses zal de mogelijkheid van trombolytische behandeling worden overwogen, waarna antitrombotische nabehandeling volgt, die gericht is op het verkleinen van het risico op recidief trombose.

Voor veneuze trombo-embolie wordt geen trombolytische behandeling aanbevolen. Behalve op trombolyse is intramuraal de aandacht ook gericht op: preventie van uitbreiding van een manifeste veneuze of arteriële trombose, preventie van embolisatie van een manifeste trombose en preventie van trombose, in omstandigheden die een vergroot risico op het ontstaan van trombose met zich meebrengen.

Heparinebehandeling is intramuraal gedurende vele jaren initieel toegepast om uitbreiding van trombose te voorkomen, tevens ter preventie van embolisatie. In de laatste paar jaar zijn intraveneuze heparine-infusen vrijwel overal vervangen door LMWH via subcutane injecties. Door LMWH is het in prin pe mogelijk geworden de initiële behandeling van diep veneuze trombose in de thuissituatie aan te vangen nadat bijzondere logistieke samenwerkingsmaatregelen zijn genomen. Dit geldt zowel voor veneuze als voor arteriële indicaties. Deze initiële behandeling wordt in de regel gevolgd door een langer durende secundaire profylactische behandeling. Secundaire profylaxe wordt gedurende een langere periode voortgezet met coumarinederivaten of bloedplaatjes-aggregatie remmers.

Extramurale behandeling
In dit hoofdstuk wordt de nadruk gelegd op antitrombotische behandeling, zoals die extramuraal wordt toegepast. Verder wordt aandacht besteed aan intramuraal begonnen antitrombotische nabehandeling die door zijn lange duur het domein van de huisartsengeneeskunde bereikt. Antitrombotische behandeling onder verantwoordelijkheid van de huisarts zal meestal betrekking hebben op secundaire profylaxe. Voor primaire profylaxe bestaan veneus geen indicaties en arterieel is extramurale profylaxe beperkt tot antistollingsbehandeling bij mechanische hartklepprothese. Voor primaire profylaxe met bloedplaatjes-aggregatie remmers bestaan nog geen indicaties. `

De initiële behandeling van manifeste trombose door middel van trombolyse of heparine ligt vooralsnog buiten het bereik van de huisarts. Meer en meer worden in het land initiatieven ontplooid waarbij de huisarts, na het stellen van de diagnose, direct betrokken wordt bij de initiële behandeling van diep veneuze trombose door de toepassing van LMWH die in therapeutische osering door de patiënt zelf in de thuissituatie subcutaan kan worden toegediend, na korte instructie door een gespecialiseerde verpleegkundige.

Tot op dit moment kan de huisarts gebruik maken van twee soorten antitrombotische behandeling, namelijk:
- antistollingsbehandeling met coumarinederivaten.
- antitrombotische behandeling met bloedplaatjes-aggregatie remmers, bv. aspirine en Plavix® (Clopidogrel).

Verder in deze paragraaf:

Print deze pagina
 
Copyright © 2002 - 2012 SAN - info@de-san.nl