2.2.3.3 De INR
Het is gebleken dat de PT niet alleen afhankelijk is van het gebruikte reagens (verschillende tromboplastine reagentia zijn in gebruik), maar ook van de methode c.q. het instrument waarmee de bepaling wordt uitgevoerd. Om nochtans stollingstijden vergelijkbaar te kunnen maken (en daarmee de intensiteit van antistolling), ontstond er een grote behoefte aan een normalisatie van de PT. De invloed van de methode kan in zekere mate geëlimineerd worden door een ’PT ratio’ te gebruiken, d.w.z. het quotiënt van de PT waarde van de patiënt en de gemiddelde PT van nietgeantistolde personen. De PT ratio die gevonden wordt bij gebruikmaking van het primaire referentie tromboplastine is de INR. Aangezien niet elke trombosedienst kan beschikken over het primaire referentie preparaat, worden batches reagens, die in Nederland op de markt komen, geijkt tegen het referentie tromboplastine (tromboplastine kalibratie). De ’gevoeligheid’ van een reagens wordt als gevolg van die kalibratie uitgedrukt in een ’International Sensitiv y Index’ (ISI). Wanneer eenmaal de ISI van een PT bepalingsysteem is vastgesteld, kan de INR worden berekend. De trombosediensten presenteren thans, naast de stollingstijd en/of stollingsactiviteit, de INR op hun doseringskaart. Controle in het buitenland Nederlandse patiënten die antistollingsmiddelen gebruiken en tijdens een reis in het buitenland gecontroleerd moeten worden, zullen met een (door de trombosedienst verstrekte) brief waarin de voorafgaande INR waarden vermeld staan, vrijwel overal in ziekenhuizen terecht kunnen.
Verder in deze paragraaf:
 |
Print deze pagina |
|