2.2.4.1 Veneuze indicaties (primaire preventie veneuze trombo-embolie)
Men zal primaire preventie toepassen indien de patiënt een periode van sterk toegenomen risico op het ontstaan van trombose doormaakt bv. strikte immobilisatie, postoperatief, na sepsis, na orthopedische chirurgie, tijdens paralyse na CVA, tijdens krachtige ontwatering bij redecompensatio cordis, enz. Primaire preventie bij bekende deficiënties van antitrombine III, proteïne C en proteïne S kan niet worden aanbevolen, omdat niet is komen vast te staan dat de nadelen van antistollingsbehandeling opwegen tegen de voordelen. Een indicatie ontstaat wel tijdelijk tijdens de eerder vermelde omstandigheden met een hoog risico. De behandelingsperiode van een veneuze indicatie hangt af van de onderliggende oorzaak, maar duurt als regel nog enkele weken voort na het opheffen van de oorzaak. Omdat door coumarinebehandeling de synthese van nieuwe volwaardige stollingsfactoren in de lever wordt geremd (zie hoofdstuk ’Hemostase en trombose-onderzoek’), kan van deze behandeling niet onmiddellijk effect worden verwacht. De s llingsfactoren die nog in het bloed circuleren, worden echter in een trombotisch proces constant afgebroken of verbruikt. Bij een verminderde synthesecapaciteit in de lever zal er pas na enkele dagen een nieuw evenwicht ontstaan op een lager niveau. Voor gebruik in acute situaties is de coumarinebehandeling daarom niet geschikt, men gebruikt daarvoor LMWH of heparine. Een nadeel is dat een constant laag gehalte aan stollingsfactoren niet bereikt kan worden door altijd dezelfde dosering van het middel te geven. Veelvuldige laboratoriumcontrole is noodzakelijk en op geleide hiervan aangepaste veranderingen in de dosering komen geregeld voor. 1e Intensiteitsgroep Postoperatief is de duur van de behandelingsindicatie 6 - 8 weken. Na heupoperaties wordt een behandelingsduur van 12 weken geadviseerd. De patiënten kunnen worden behandeld in de ‘1e intensiteitsgroep’ met een optimale streefwaarde van 3,0 INR en een streefgebied van 2,5 - 3,5 INR. Indicaties: - atriumfibrilleren. Duur van de behandeling: langdurig to contra-indicaties ontstaan. - primaire en secundaire preventie diep veneuze trombose. Duur van de behandeling: ca. 3 maanden. - primaire preventie veneuze trombo-embolie bij orthopedische patiënten in een poliklinische setting. Duur van de behandeling: ca. 3 maanden. - recidiverende veneuze trombo-embolie optredend in een periode zonder antistollingsbehandeling. Duur van de behandeling: ca. 6 maanden. - cerebrovasculaire insufficiëntie. Duur van de behandeling: langdurig tot contra-indicaties ontstaan. 2e intensiteitsgroep De optimale streefwaarde is 3,5 INR met een streefgebied tussen 3,0 - 4,0 INR. Indicaties: - primaire en secundaire preventie arteriële trombo-embolie. Duur van de behandeling: tenminste 1 jaar, mogelijk langer. - recidiverende veneuze trombo-embolie optredend tijdens antistollingsbehandeling (waarbij ingesteld werd bij het 1e intensiteitsniveau). Duur van de behandeling: langdurig tot contra- indicaties ontstaan. - weefselhartklep. Duur van de behandeling: langdurig tot contra-indicaties ontstaan. - mechanische hartklepprothese. Duur van de behandeling: langdurig tot contra-indicaties ontstaan.
Verder in deze paragraaf:
 |
Print deze pagina |
|