 |
2.2.4.2 Contra-indicaties voor orale antistollingsbehandeling
- ernstige hypertensie met een diastolische druk hoger dan 110 mmHg. - een bloedende lesie in de tractus digestivus of een recente bloeding in de anamnese. - een recent CVA. - ernstige lever- en nierinsufficiëntie. - hemorragische diathese door een stollingsstoornis of een trombocytenfunctiestoornis. - diabetische en hypertensie-retinopathieën met bloedingen in fundo. - in de eerste 13 weken en na de 36e week van de zwangerschap. Men geeft dan heparine wat de placenta barrière vrijwel niet passeert.
Verder in deze paragraaf:
 |
Print deze pagina |
|
 |