2.2  Hemostase en trombose

- 2 Hemostase en trombose
- 2.2 Antitrombotische behandeling*
- 2.2.5 Bloedingscomplicaties
- 2.2.5.2 Hematurie

 

2.2.5.2 Hematurie

Na hematomen de meest voorkomende bloedingscomplicatie. Zelden is het feitelijke bloedverlies van belang. Patiënten schrikken ervan en zullen melding niet vergeten. Ook hier kan vaak worden volstaan met het advies geen coumarines meer in te nemen totdat de urine weer volkomen helder is geworden. Bij gebruik van acenocoemarol (Sintrommitis®) is dit meestal na 48 uur het geval. Het oorspronkelijke doseringsschema kan dan worden hervat, zodat de intensiteit van de antistolling dan weer langzaam toeneemt. Indien de patiënt fenprocoumon (Marcoumar®) gebruikt kan het wel 96 uur duren voor de urine weer helder is geworden. Men kan de bloedingsepisode verkorten door een kleine hoeveelheid vit. K (bv. 2 - 5 mg). Als het organisatorisch mogelijk is, is een extra controle van Trombotest® of PT wel aan te bevelen, omdat de uitkomst richting kan geven aan het te volgen beleid. Ongeveer 3/4 van de hematurieën ontstaat terwijl de antistolling niet te intensief is. Volstaan kan worden met doseringsaanpassing. Indien de antis lling wel te intensief is kan op grond van deze bevinding ervaringsgewijs de hoeveelheid benodigde vit. K worden geschat. Bij recidiefbloeding na korte tijd moet verwijzing naar een uroloog worden aanbevolen, teneinde een anatomische afwijking in de tractus urogenitalis uit te sluiten. Ook zonder specifieke pathologie in blaas of urinewegen kunnen frequent optredende hematurieën zonder dat er sprake is van een te intensieve antistolling toch aanleiding zijn om definitief met de antistollingsbehandeling te staken.

Verder in deze paragraaf:

Print deze pagina
 
Copyright © 2002 - 2012 SAN - info@de-san.nl