3.1  Endocrinologische onderwerpen

- 3 Endocrinologische onderwerpen
- 3.1 Diabetes mellitus
- 3.1.3 Interpretatie en vervolgonderzoeken
- 3.1.3.2 Vervolgonderzoeken

 

3.1.3.2 Vervolgonderzoeken

Een afwijkend glucose is een indicatie tot vervolgonderzoeken
(tabel 1):
-uitgebreide anamnese over:
* familiebelasting met hart- en vaatziekten.
* leefgewoonten (zoals roken, ontbreken vanvoldoende fysieke activiteit).
- HbA1c bepaling. De uitslag dient niet ter afronding van de diagnostiek, maar is voornamelijk van belang als uitgangswaarde voor de follow-up na de instelling.
- voetonderzoek (kleur, drukpunten? beweeglijkheid, ulcera? arteriële pulsaties? huidatrofie? verminderd gevoel onderbenen?). Het voetonderzoek mede dient ter opsporing van een neuropathie die vaak een voorbode is van een diabetisch voetulcus. Het belang van het voetonderzoek kan derhalve niet genoeg benadrukt worden!

Hulpmiddelen bij het eenvoudige neurologisch voetonderzoek zijn stemvork, reflexhamer en een wattenstokje. Het opsporen van een neuropathie kan nog eenvoudiger door het gebruik van een Semmens Weinstein monofilament.

- fundusonderzoek.(funduscamera in artsenlaboratorium of verwijzing naar oogarts).
- bepaling van serumkreatinine. Bij oudere patiënten (toegelicht in par. 5) heeft de bepaling van de kreatinine-klaring de voorkeur.
Op basis van serumkreatinine, gewicht en lengte kan men m.b.v. een nomogram (figuur 2) de kreatinine-klaring berekenen. Ongeveer 1 op de 30 diabetespatiënten in de huisartsenpraktijk heeft een ernstig gestoorde nierfunctie. De afname voor serumkreatinine mag niet binnen 10 uur na een maaltijd met gekookt of gebraden vlees geschieden. Het serumkreatinine is verhoogd bij gebruik van bepaalde geneesmiddelen (bv. cimetidine, probenecid).Verminderde spiermassa (atrofie, ernstige hyperthyreoïdie) is een kreatinine verlagende factor waardoor de nierfunctie op grond van het serumkreatininegehalte te gunstig kan worden ingeschat.
- alleen indien leeftijd <50 jr.: micro-albuminurie (eerste urine ochtendportie). Bij de aanvrage dient expliciet micro-albuminurie te worden vermeld c.q. aangekruist en niet ‘eiwit in urine’ e.d.. Teststroken zijn doorgaans niet gevoelig genoeg voor detectie van microalbuminurie. De bepaling dient nog één of tweemaal te worden herhaald om intra-individuele variatie uit te kunnen sluiten.
- tensie (uitvoering en interpretatie: zie hoofdstuk ‘Diagnostiek bij hypertensie’).
- cholesterol. Zie hoofdstuk ‘Vetstofwisseling en cardiovasculaire complicaties’ voor interpretatie en eventueel benodigde vervolg bepalingen van lipiden, gewicht en de daaruit berekende Quetelet-index (kg/m2).

Regelmatige controle van het gewicht door de huisarts kan de patiënt bewust maken van het belang zijn gewicht op peil te houden.

Men zij er bij de interpretatie van de kreatinine uitslagen op bedacht dat serumkreatinine pas gaat stijgen als een belangrijk deel van de filtratiecapaciteit van de nier al verloren is gegaan.

Nomogram voor de berekening van de kreatinine-klaring. Een lijn wordt getrokken vanaf de leeftijd van de patiënt naar zijn gewicht. Het punt, waar deze lijn de verticale lijn R snijdt, wordt als draaipunt gebruikt om een lijn te krijgen die van de serumkreatininewaarde, via dit snijpunt, loopt naar de linker lijn waarop de kreatinine-klaring is afgezet. Het snijpunt geeft de klaring aan. Voorbeeld: een vrouw van 70 jr. met een gewicht van 60 kg. en een serumkreatinine van 110 µmol/l heeft een kreatinineklaring van ca. 40 ml/min..

Verder in deze paragraaf:

Print deze pagina
 
Copyright © 2002 - 2012 SAN - info@de-san.nl