3.1  Endocrinologische onderwerpen

- 3 Endocrinologische onderwerpen
- 3.1 Diabetes mellitus
- 3.1.3 Interpretatie en vervolgonderzoeken

 

3.1.3 Interpretatie en vervolgonderzoeken

De diagnose diabetes m. type 1 c.q. 2 wordt gesteld op hyperglycemie, het klinisch beeld, de leeftijd van de patiënt en nadat de hyperglycemie zo nodig door een tweede bepaling in een ander monster, bevestigd is (figuur 1). De basis van de diagnose van diabetes mellitus is (ongeacht oorzaak) de hyperglycemie. Dit gegeven moge het belang van nauwkeurige meting van de glucose-concentratie onderstrepen.

*mits bij herhaling bevestigd.
Figuur 1. Interpretatie stroomdiagram. De cursieve getallen hebben betrekking op veneus plasma, de andere getallen op capillair volbloed.

Is de eerste uitslag met een praktijk glucosemeter verkregen, dan is het zelfs gewenst de bepalingen tweemaal in het laboratorium te laten herhalen alvorens de diagnose diabetes m. te stellen.

Opmerkingen bij figuur 1:
- hyperglycemie kan voorbijgaand voorkomen als gevolg van stress (pijn, koorts, emotionele stress, sterk vermageringsdieet, na hartinfarct).
- overgewicht is een uitlokkende factor voor stoornissen in het glucosemetabolisme, waardoor IFG, IGT of DM kunnen optreden. Als het gewicht met enkele kilo’s wordt teruggebracht kan deze stoornis soms, namelijk als er nog voldoende β-cel capaciteit is, ‘verdwijnen’.
- diabetes geassocieerd met een aandoening (zie kader, punt D) zal men in de huisartsenpraktijk zelden tegenkomen. Doorgaans zijn deze patiënten alreeds in de tweede lijn in behandeling, als de diabetes zich openbaart.

Verder in deze paragraaf:

Print deze pagina
 
Copyright © 2002 - 2012 SAN - info@de-san.nl