3.1.4.1 Screening op zwangerschapsdiabetes
Screening is tenminste gewenst bij de volgende groepen: - zwangeren die qua anamnese of lichamelijk onderzoek tot de in tabel 2 genoemde risicogroepen blijken te behoren. - zwangeren die bij het eerste bezoek aan de huisarts of verloskundige een positieve uitslag op glucosurie (teststrook) tonen. Opmerking: bij zwangerschap daalt de nierdrempel voor glucose; derhalve is glucosurie niet meer dan een matige aanwijzing op hyperglycemie. Onderzoek op glucosurie is echter een goed en eenvoudig eerste selectiemiddel.
De screening (rond de 16e week) geschiedt met de bepaling van de nuchtere glucose. Zwangerschapsdiabetes wordt uitgesloten als de nuchtere glucosewaarde in veneus plasma <4,8 mmol/l bedraagt en bevestigd bij waarden >7,0 mmol/l. In twijfelgevallen wordt een GTT uitgevoerd nadat de zwangere voor 2 dagen een onbeperkt koolhydraat dieet is voorgeschreven. Roken dient dan (nog eens) te worden ontraden, evenals gebruik van cafeïne. Glucose wordt bepaald: nuchter en ½, 1, 1½ en 2 uur na een, direct op de nuchtere afname volgende, belasting met 75 g glucose. In geval van een acute ziekte wordt van de GTT afgezien. Als de zwangere tot een risicogroep behoort en de uitslagen niettemin een normale glucosetolerantie aangeven, worden de onderzoeken rond de 24 - 26e week herhaald omdat zwangerschapsdiabetes zich ook in een later stadium van de zwangerschap kan ontwikkelen. Verwijzing heeft plaats als: - nuchtere glucose duidelijk boven 5,6 mmol/l (veneus plasma) is. - één of meer glucosewaarden bij de GTT boven 7,5 mmol/l is. NB. Elke zwangerschapsdiabetes dient onverwijld met insuline te worden behandeld teneinde complicaties bij moeder en kind te voorkómen. De verwijzing heeft een spoedeisend karakter.
Verder in deze paragraaf:
- Geen gerelateerde onderwerpen beschikbaar
 |
Print deze pagina |
|