3.4.2.4 Anamnese
In de eerste plaats dient onderscheid gemaakt te worden tussen de hypoglycemische verschijnselen, die spontaan (nuchter) òf uitsluitend en maximaal binnen 5 uur na een maaltijd optreden. Aandachtspunten i.v.m. reactieve hyperinsulinemie zijn: of de patiënt lange tijd als ontbijt voornamelijk veel zoetigheid gebruikt of gebruikt heeft (suiker, chocolade hagelslag e.d.) en of de hypoglycemie-symptomen zich ca. 2 uur na de maaltijd voordoen. Reactieve hyperinsulinemie is namelijk het gevolg van de gewoonte licht maar vooral koolhydraatrijk ontbijt te gebruiken, waardoor geleidelijk een gewenning is ontstaan aan een sterke prikkeling van de pancreas tot uitscheiding van insuline zodra voedsel wordt opgenomen. Voor insulinoom is typisch dat de symptomen sterker zijn in de nacht en vóór ontbijt c.q. als de avondmaaltijd wordt uitgesteld dan na de maaltijd of na inname van suiker. Neemt de patiënt geneesmiddelen in die hypoglycemie kunnen veroorzaken (aspirine, kinine); is er een combinatie van aspirine en alcoholge uik (cave)? Bij vermoeden van zelf geïnduceerde hypoglycemie kan het zin hebben na te gaan of patiënt makkelijk toegang heeft tot insuline of orale antidiabetica (uit hoofde van beroep of relatie met diabetici); is patiënt depressief of zijn er omstandigheden die een depressiviteit zouden kunnen veroorzaken (cave suïcide poging met insuline)? Hypoglycemie kan, ongeacht de achterliggende pathologie, alleen als oorzaak van de symptomen aangewezen worden als de patiënt voldoet aan de zg. ‘Whipple's triad’: 1. symptomen behoren bij hypoglycemie, 2. bewezen verlaagde glucoseconcentratie vóór de maaltijd of tijdens de symptomen en 3. de symptomen verdwijnen prompt na toediening van glucose (of suiker).
Verder in deze paragraaf:
 |
Print deze pagina |
|