| ACTH | : ‘Adrenocorticotropic Hormone’. Het hormoon ACTH is de belangrijkste regulator van de activiteit van de bijnier. Het wordt afgegeven door de hypofyse; de afgifte staat onder controle van de hypothalamus. | |
| C-peptide | : ‘Connecting peptide’. Dit, biologisch niet actieve, eiwit komt vrij bij de vorming (in de pancreas) van insuline uit pro-insuline. Daar de concentraties (in bloed) van insuline en C-peptide goed met elkaar correleren, is de concentratie van C-peptide een maat voor de productie van endogeen insuline. |
| Gluconeogenese | : de vorming van glucose uit stoffen die niet tot de zg. koolhydraten behoren, i.c. eiwitten (aminozuren), melkzuur en glycerol. |
| GTT | : glucose tolerantie test. |
| Hypoglycemie | : men spreekt van hypoglycemie als de glucoseconcentratie in plasma c.q volbloed onder ca. 3 resp. 2 mmol/l ligt. Voor neonaten gelden andere waarden, zie hoofdstuk ‘Neonatologie’. | |