3.4.3.1 Hypercalciëmie
Er zijn verschillende ziekten die aanleiding geven tot hypercalciëmie (tabel 2). In een ongeselecteerde populatie is hyperparathyreoïdie de meest voorkomende (ca. 55%) oorzaak van de hypercalciëmieën.
De hypercalciëmie bij primaire hyperparathyreoïdie wordt veroorzaakt door overmatige uitscheiding van PTH, hetzij door een bijschildklieradenoom/ hyperplasie hetzij - in zeer zeldzame gevallen en dan gepaard met zeer hoge calciumconcentraties - door een bijschildkliercarcinoom. De hoge calciumconcentratie is niet in staat de PTH uitscheiding te remmen: het terugkoppelingsmechanisme functioneert niet bij primaire hyperparathyreoïdie. Het effect van verhoogd PTH in bloed is niet alleen het weghalen van het calcium uit de botten (‘solubiliseren’ van Ca, met gevolg dat de botdichtheid vermindert) maar ook versterking van de fosfaat uitscheiding (ten koste van de fosfaatconcentratie in bloed). Hierdoor kan niersteenvorming optreden (hyperparathyreoïdie wordt wel eens genoemd ‘disease of bone and stone’). Hypertensie behoort ook tot de mogelijkheden evenals aanvallen van lusteloosheid en depressiviteit. Opmerking: zie voor secundaire hyperparathyreoïdie: Hypocalciëmie. Hypercalciëmie die bij sommige maligniteiten wordt gevonden kan veroorzaakt worden doordat het tumorweefsel ‘ectopisch’ een PTH-achtige stof (‘PTH-like polypeptide’, met de biologische activiteit van PTH) uitscheidt; het PTH (uit de bijschildklier) wordt dan gesupprimeerd tot zeer lage waarden. Symptomen Hypercalciëmie geeft aspecifieke klachten: slapte, misselijkheid, constipatie, dorst en poly-urie. Emotionele instabiliteit kan voorkomen. Niersteen en botpijn - gevolgen van langdurende hypercalciëmie - zijn meestal de klachten die de patiënt ertoe brengt de huisarts te raadplegen. De meeste symptomen van hyperparathyreoïdie zijn die van hypercalciëmie.
Verder in deze paragraaf:
 |
Print deze pagina |
|