 |
3.4.5 Gynaecomastie
Men onderscheidt drie groepen: 1. pasgeborenen: gynaecomastie veroorzaakt door de, via de placenta verkregen, oestrogenen van de moeder. 2. jongens van 14 - 20 jaar: meestal asymmetrische gynaecomastie. De oestradiolconcentratie bereikt op eerdere leeftijd de waarde voor volwassenen dan het testosteron (is dus een voorbijgaand verschijnsel). Oestradiol is hoog normaal tot licht verhoogd. 3. oudere volwassenen: gynaecomastie t.g.v. ‘ongunstige’ verhouding tussen oestradiol, testosteron en SHBG. Pathologisch kan gynaecomastie geassocieerd zijn met: - deficiënte testosteronproductie of actie. Voorbeeld: als gevolg van alcoholmisbruik. - relatieve overmaat aan oestrogenen door endogene of exogene oorzaak. Voorbeelden: gebruik van oestrogenen bevattende cosmetica, hyperthyreoïdie, feminiserende bijniertumor, enz. - medicamenten. Voorbeelden: oestrogeentherapie (prostaatcarcinoom), spironolacton, tricyclische antidepressiva, enz. - onbekende of niet geheel opgehelderde oorzaken. Vooral bij groep 3 is verder klinisch onderzoek noodzakelijk; in de anamnese bestede men aandacht aan alcoholgebruik, medicamenten, impotentie of libidovermindering. Men zij bedacht op de aanwezigheid van testistumor c.q. pseudogynaecomastie door vetzucht.
Verder in deze paragraaf:
- Geen gerelateerde onderwerpen beschikbaar
 |
Print deze pagina |
|
 |