4.1.2.5 Diarree
Onregelmatige stoelgang, van obstipatie tot diarree, wordt regelmatig in de huisartsenpraktijk gezien. Van groot belang is een goede anamnese, ook t.a.v. het vóórkomen van coloncarcinoom. Verandering van defecatie kan medicamenteus zijn veroorzaakt (anxiolytica, sedativa). Zeker vanaf 50 jaar dient een tumor (of polypen als vóórstadium) te worden onderzocht middels - bij voorkeur - endoscopie of röntgenonderzoek van het colon. Bij uitsluiting van organische pathologie geven de ‘Rome criteria’ (5) houvast bij het stellen van de diagnose ‘prikkelbaar darmsyndroom’. Chronische diarree (>3 maanden) met bloedverlies kan wijzen op een inflammatoire darmziekte als colitis ulcerosa of M. Crohn (zie par. 2E). Is de laatste alleen in het ileocoecaal gebied gelokaliseerd, dan ontbreekt i.h.a. bloedverlies. Endoscopisch onderzoek zal hier de diagnose leveren, soms in combinatie met röntgenonderzoek (dunne darmpassage). Bij ouderen, zeker na vaatoperaties, denke men aan ischemie (vaak bloederige ontlasting). Chronische di ree met gewichtsverlies kan veel oorzaken hebben; belangrijk is of er tekenen van malabsorptie zijn die kunnen wijzen op een afwijking van dunne darm of pancreas (zie verder). Infecties (Campylobacter, Salmonella e.a.) leiden i.h.a. niet tot chronische diarree; parasitaire infecties daarentegen kunnen wel chronische klachten geven zoals m.n. bij G. lamblia infectie. Besmetting van een geheel gezin, waarbij slechts één persoon symptomen heeft, kan vóórkomen. Feces onderzoek of onderzoek van duodenum biopten kan een diagnose opleveren. Gebruik van antibiotica kan leiden tot diarree op basis van toename van Clostridium difficile in de darm. Feces onderzoek op bacterie en toxine is diagnostisch; endoscopie kan een pseudomembraneuze colitis tonen (bij ernstige gevallen). Deze infectie kan hardnekkig zijn en recidiveert niet zelden! Diarree kan ook gevolg zijn van gebruik van veel koffie, zoetmiddelen (sorbitol), overmatige vetinname, gisting, bacteriële overgroei (diabetes mellitus, dunne darm divertikels) en laxantia gebruik. Anaciditeit van de maag verhoogt risico op bacteriële overgroei. Hyperthyreoïdie kan zich uiten middels diarree. Het kan moeilijk zijn een onderscheid te maken tussen obstipatie met een ‘paradoxe diarree’ als gevolg; ook hier kunnen medicamenten (cholesterol verlagende middelen, sedativa e.a.) een oorzakelijke rol hebben. Het prikkelbaar darmsyndroom tenslotte, kan ook aanwezig zijn in een diarree-predominante vorm. Aanwezigheid van diverticulose op zich leidt niet tot diarree; diverticulitis (pijn, koorts) is meer een klinisch ziektebeeld waarvoor overleg met chirurg of gastro-enteroloog op zijn plaats kan zijn. De aan- of afwezigheid van koorts kan diagnostisch aanvullend zijn. Zie voor diagnostische onderzoeken hoofdstukken ‘Infectieziekten’ en ‘Importziekten’. Overleg met en verwijzing naar de tweede lijn zal zeker bij patiënten met chronische diarree niet zelden noodzakelijk zijn en kan een groot diagnostisch probleem zijn. Laboratorium onderzoek - feces vet onderzoek: Sudan kleuring of vet lans of steatocriet. - parasitair onderzoek (preparaten aanleveren in overleg met het laboratorium). - feces kweek: op Clostridium en toxine (in overleg met het laboratorium). - ademtest op bacteriële overgroei (vergelijkbaar met lactose-ademtest, doch met glucose uitgevoerd).
Verder in deze paragraaf:
 |
Print deze pagina |
|