AF | : alkalische fosfatase. Dit enzym maakt de afsplitsing van fosfaat uit een organische verbinding mogelijk. |
| ALAT (=SGPT) | : alanine-aminotransferase. Dit enzym maakt de overdracht van een amino(NH2-)groep van alanine naar ketoglutaarzuur mogelijk. |
| ALAT (=SGOT) | : aspartaat-aminotransferase. Dit enzym maakt de overdracht van een amino(NH2-)groep van asparaginezuur naar ketoglutaarzuur mogelijk. |
| Anti-HBs | : antistoffen tegen HBsAg. |
| Anti-HCV | : antistoffen tegen hepatitis C virus. |
| Core | : kern van virusdeel, waarin zich bv. DNA bevindt. |
| Indirecte bilirubine | : nagenoeg synoniem voor nietgeconjugeerd bilirubine. |
yGT | : gamma-glutamyltransferase. Dit enzym maakt de overdracht van een y-glutamylgroep van het ene peptide naar een ander mogelijk. |
| HAV | : hepatitis A virus. |
| HBcAg | : ‘hepatitis B core-antigeen |
| HBeAg | : hepatitis B e-antigeen. |
| HBsAg | : ‘Hepatitis B Surface-Antigen’. |
| HBV | : hepatitis B virus. |
HCV | : hepatitis C virus. |
| HDV | : hepatitis D (of delta) virus. |
| HEV | : hepatitis E virus. |
| IgM-anti-HBc | : antistoffen van het IgM type tegen HBcAg. |
| IgG-anti-HBc | : antistoffen van het IgG type tegen HBcAg. |
| PT | : protrombinetijd. |