 |
5.1.5.1 Structuur in relatie tot functie
Men kan de nieren als een structurele entiteit en als een functionele entiteit beschrijven. Het nephron, de functionele eenheid van de nier, bestaat uit een glomerulus (diameter ongeveer 200 micron) en een tubulair systeem. Het tubulaire systeem is opgebouwd uit achtereenvolgens een proximale tubulus, de lis van Henle (met descenderende en ascenderende delen), een distale tubulus en de verzamelbuisjes. De nieren hebben de volgende functies: - productie van een (ultra-)filtraat van het bloed (glomerulusfiltratie) met daarin nog opgelost een aantal, vooral laag-moleculaire bestanddelen van het bloed, als elektrolieten, glucose, ureum enz.. Bloedcellen en plasma-eiwitten (met uitzondering van enkele zeer laag-moleculaire eiwiten) passeren de glomerulus niet. In het tubulaire systeem worden voor de fysiologie van het lichaam benodigde stoffen weer teruggeadsorbeerd, de meeste in de proximale tubulus. Er kunnen echter ook stoffen worden uitgescheiden. In het ascenderende deel van de lis van Henle wordt water terug nomen, terwijl in volgende deel m.n. natrium- en chlorideionen. In de distale tubulus worden natriumionen in het filtraat uitgewisseld tegen kaliumionen (o.i.v. aldosteron) en in de verzamelbuisjes wordt nog meer water teruggeresorbeerd, een proces gestimuleerd door het hormoon ADH. De hoeveelheid teruggeresorbeerd water wordt dus meer - urineproductie kleiner en de urine meer geconcentreerd - als de ADH-concentratie in bloed stijgt en omgekeerd. Samenvattend: een goed functionerende tubulair systeem is een vereiste voor de handhaving van een goede elektrolieten status en zuur-base evenwicht. - productie van verscheidene hormonen. Als voorbeelden kunnen genoemd worden angiotensine via renine (zie hoofdstuk ‘Elektrolietstoornissen in de huisartsenpraktijk’), erytropoietine (zie hoofdstuk ‘Diagnostiek van anemie’) en 1,25- dihydroxy-vit. D3 (o.i.v. het PTH = ‘Parathyroid Hormone’). Chronische nierinsufficiëntie leidt uiteindelijk tot achteruitgang van deze functies; met gevolgen bv. hypocalciëmie (secundaire hyperparathy oïdie; zie hoofdstuk ‘Enkele speciale endocrinologische processen en minder voorkomende endocrinologische afwijkingen’) en anemie. Oedeem wordt hieronder toegelicht.
Verder in deze paragraaf:
 |
Print deze pagina |
|
 |