5.1  Nefrologie

- 5 Nefrologie
- 5.1 Labratoriumonderzoek in de eerste lijn bij nefrologische syndromen en nieraandoeningen
- 5.1.5 Enkele (patho-)fysiologische kanttekeningen
- 5.1.5.4 Eiwitverlies

 

5.1.5.4 Eiwitverlies

Men spreekt van ‘nefrotisch syndroom’ als glomerulaire beschadiging een zodanige omvang heeft dat sterk verhoogde filtratie van plasmaeiwitten optreedt. Het eiwitverlies via de urine is in de orde is van ca. 3 g/dag of zelfs meer. Als tegenactie is er een verhoogde synthese van eiwitten door de lever, maar deze actie kan het aanzienlijke eiwitverlies, m.n. van albumine, niet voldoende compenseren. Gevolg is een progressieve daling van de concentratie van albumine in het bloed en daardoor het ontstaan van uitgebreide oedemen. Bij geringe(re) glomerulaire beschadiging is er een matig tot gering eiwitverlies in urine en is de compensatoire eiwitsynthese in de lever wel voldoende. Men spreekt dan van ‘proteïnurie’.

Proteïnurie is in vele glomerulaire aandoeningen het eerste symptoom van een glomerulaire doorlaatbaarheid. De klinische vaststelling van een glomerulaire aandoening kan dan nog lang (jaren) op zich laten wachten. Erytrocyten passeren de glomerulus pas bij een veel ernstigere beschadiging. Opmerking: in de tubulus worden de (boven genoemde) zeer laag-moleculaire eiwitten (bv. glomerulus gepasseerd zijn, weer teruggenomen. Tubulus beschadiging manifesteert zich derhalve door het verschijnen van deze kleine eiwitten in de urine (tabel 1).

Verder in deze paragraaf:

Print deze pagina
 
Copyright © 2002 - 2012 SAN - info@de-san.nl