 |
6.1.3.1 Primaire (erfelijke) hyperlipoproteïnemieën
Als een verhoogd cholesterol- en/of TG-gehalte wordt gevonden en oorzaken voor een secundaire hyperlipoproteïnemie zijn uitgesloten, is er sprake van een primaire hyperlipoproteïnemie. Bij verstoring van de vetstofwisseling ziet men vaak hoge concentraties van TG samengaan met lage HDL-cholesterol concentraties. Het betreft het zg. ‘laag HDL-hoog triglyceride syndroom’, dat wat mogelijke oorzaken betreft een tussenpositie bij de indeling ‘primaire’ en ‘secundaire’ hyperlipoproteïnemieën inneemt. Er kan sprake zijn van één van enkele, overigens zelden voorkomende, erfelijke aandoeningen (bv. de familiaire hypo-alfalipoproteïnemie), doch in de meeste gevallen is een secundaire aandoening (bv. diabetes m. zie 6.1.2.2) de oorzaak. 
Verder in deze paragraaf:
 |
Print deze pagina |
|
 |