6.1  Hart- en vaatziekten

- 6 Hart- en vaatziekten
- 6.1 Vetstofwisseling en cardiovasculaire complicaties
- 6.1.3 Interpretatie

 

6.1.3 Interpretatie

Uitslagen van TG e.d. komen alleen voor interpretatie in aanmerking als men zekerheid heeft dat de monsters nuchter zijn afgenomen.

Totaal cholesterol
Is er een betrouwbare waarde van de totale cholesterolconcentratie bekend, dan kan men aan de hand van tabellen, rekening houdend met geslacht en leeftijd, vaststellen in hoeverre deze waarde afwijkend is van de normaalwaarde (zie tabel 2).

Algemeen gesteld liggen de referentiegrenzen (normaalwaarden) voor cholesterol tussen 3 en 8 mmol/l, waarbij moet worden aangetekend dat de lagere waarden vooral bij jongeren en de hogere vooral bij ouderen worden gemeten.

- Een grens van het cholesterolgehalte waarboven het risico voor CHZ plotseling snel stijgt bestaat niet. Wel kan een waarde beneden 5 mmol/l als ideaal worden bestempeld. De Nederlandse consensusconferentie heeft op redelijke gronden 6,5 mmol/l als grens gekozen waarboven sprake is van verhoogd risico.
- De cholesterolconcentratie moet worden beoordeeld in samenhang met andere risicofactoren (genoemd in par. 4).
- Vanaf 8,0 mmol/l is er sprake van een sterk verhoogd of pathologisch cholesterolgehalte. In dit gebied liggen de cholesterolgehaltes van personen met familiaire dyslipidemiën. Een cholesterolconcentratie van boven de 8 mmol/l moet derhalve altijd de verdenking doen rijzen op een erfelijk bepaalde aandoening in de
vetstofwisseling.

Triglyceriden
De referentiewaarden voor TG zijn enigszins geslachts- en leeftijd-afhankelijk. De bovengrenzen (mmol/l) zijn voor mannen 1,90 (20 - 30 jr.) tot 2,20 (40 - 50 jr.) en voor vrouwen 1,70 (20 - 30 jr.) tot 1,80 (40 - 50 jr.). Risicogrens TG: 2,3 mmol/l.

LDL-cholesterol
Risicogrens LDL: 4,0 mmol/l.
Streefwaarden bij risicopatiënten: LDL <3,5 mmol/l bij primaire en <2,5 mmol/l bij secundaire preventie.

HDL-cholesterol
Uit de uitslag van het HDL-cholesterol kan de

berekend worden. Deze ratio geeft een relatief risico voor HVZ van 1 (= gelijk algemene bevolking) bij een waarde van 4,5; hoe hoger deze ratio, hoe groter de kans op HVZ.
Zeer lage waarden van HDL-cholesterol vindt men bij erfelijke HDL-cholesterol-deficiëntie (ziekte van Tangler). Verlaagde waarden kunnen gevonden worden bij rokers. Het effect van sommige geneesmiddelen en preparaten: zie tabel 4b.

Opmerking: hoge concentraties van TG kunnen de bepaling van HDL-cholesterol verstoren. Men raadplege eigen laboratorium. Hieronder volgt een overzicht van de gehalten van bepaalde lipiden bij primaire c.q. secundaire verstoringen van de vetstofwisseling. Bij dit overzicht zal blijken dat in enkele gevallen geen sprake is van een teveel (hyper) aan lipoproteïnen maar juist van een tekort (hypo); betere benamingen zouden zijn geweest: primaire (familiaire) c.q. secundaire dyslipidemiën.

Verder in deze paragraaf:

Print deze pagina
 
Copyright © 2002 - 2012 SAN - info@de-san.nl