6.1.4 Risicofactoren voor ontstaat van atherosclerose

De pathogenese van atherosclerose kent niet één oorzaak (als bv. boven behandelde hypercholesterolemie), maar wordt gevormd door de interactie van meerdere factoren, de zg. risicofactoren (tabel 5). Bijgevolg is het altijd nuttig alle, indien aanwezige, risicofactoren tegelijk in beschouwing te nemen. Primaire risicofactoren zijn factoren die een grote bijdrage aan de hoogte van het risico voor het optreden van hart- en vaatziekten leveren, terwijl de secundaire dit in mindere mate doen. Het effect van een combinatie van risicofactoren op de incidentie van CHZ is niet simpelweg additief; risicofactoren versterken elkaar. Een voorbeeld is gegeven in figuur 1 waar de incidentie van CHZ is afgezet tegen een stijgende cholesterolconcentratie in het plasma, met steeds één toegevoegde risicofactor. De voorspellende waarde van één risicofactor wordt derhalve vele malen groter als bij het inschatten van het risico voor CHZ bij een patiënt verder aanwezige risicofactoren worden meegewogen.
De drie belangrijkste risicofactoren voor het ontstaan van CHZ zijn: hypercholesterolemie, hypertensie en roken. Er is geen doorslag gevend bewijs dat men infectieziekten (met name chlamydia pneumoniae infecties) als risicofactor kan beschouwen.
Verder in deze paragraaf:
- Geen gerelateerde onderwerpen beschikbaar
 |
Print deze pagina |
|