6.1  Hart- en vaatziekten

- 6 Hart- en vaatziekten
- 6.1 Vetstofwisseling en cardiovasculaire complicaties
- 6.1.5 Fysiologie van de vetstofwisseling

 

6.1.5 Fysiologie van de vetstofwisseling

Er zijn verschillende klassen van lipoproteïnen, die zich van elkaar onderscheiden in grootte, dichtheid, samenstelling en functie in de vetstofwisseling; bv. HDL, VLDL en LDL. De apolipoproteïnen geven deze lipoproteïnen hun specifieke vorm en functie. Voorbeeld: apo E, een structureel eiwitbestanddeel van alle lipoproteïnen, behalve LDL. In het transport van lipoproteïnen door het lichaam zijn drie, hier onder beschreven routes te onderscheiden:

A. de exogene route - van de darm naar de lever
Mucosacellen in de darm nemen lipiden (cholesterol en TG) op en verpakken deze in grote vetrijke deeltjes: de chylomicronen. Deze komen in de bloedbaan terecht. Hier treedt de eerste bewerking van chylomicronen op. Het enzym lipoproteïnelipase (aan de binnenkant van het bloedvatendotheel) bindt de chylomicronen en hydrolyseert de hierin aanwezige TG tot vrije vetzuren en glycerol. De vrije vetzuren worden snel door spierweefsel opgenomen waar ze voor energievoorziening gebruikt worden. De restanten (de chylomicron-‘remnants’), komen in de lever terecht. Hier eindigt de exogene route. Bij de opname van de ‘remnants’ (via specifieke receptoren) speelt het apo E een rol. Het proces van vorming van chylomicron tot opname in de lever duurt ongeveer vijftien minuten. Gedurende de exogene route vindt het grootste gedeelte van het lipoproteïnemetabolisme plaats (per dag wordt op deze wijze bijna 100 gram vet verwerkt).

B. de endogene route - van de lever naar perifere weefsels
Uit lipiden, koolhydraten en zelfs sommige aminozuren kan de lever TG synthetiseren en VLDL samenstellen, dat in de bloedstroom wordt uitgescheiden. Uit deze deeltjes ontstaan o.i.v. lipoproteïne-lipase) restanten die VLDL- remnants’ of IDL genoemd worden. Verdere bewerking van IDL door lipoproteïne-lipase resulteert in de vorming van LDL. Zowel IDL als LDL (gevormd uit IDL) kunnen weer door de lever worden opgenomen, waarbij apo E en apo B - wat betreft IDL - en apo B voor LDL - een rol spelen. In dit opnameproces de LDL-receptor van essentieel belang. Hiermee is de endogene route weer rond. LDL-deeltjes kunnen ook in perifere weefsels worden opgenomen. Indien het LDL-gehalte in het bloed stijgt, gaat het LDL zich ophopen in de perifere weefsels. Dit kan plaatsvinden in het bloedvatendotheel, waardoor atherosclerose ontstaat, of op strekpezen waardoor zich xanthomen kunnen vormen. Bij deze processen spelen macrofagen een belangrijke rol.

C. het ‘omgekeerde’ cholesteroltransport
De mogelijkheid bestaat om een overschot aan cholesterol in perifere weefsels te verwijderen. HDL-deeltjes, gevormd in mucosa van de darm en in de lever, zijn namelijk cholesterolarm en hebben de mogelijkheid om cholesterol aan weefsels te onttrekken. Dit proces treedt op onder invloed van enzymen als lecithinecholesterol-acyltransferase (LCAT) die cholesterol in het plasma omzetten in cholesterolesters zodat zij door HDL-deeltjes kunnen worden opgenomen.
Het zo gevormde HDL-cholesterol kan door de lever worden opgenomen en wordt daar afgebroken, zodat cholesterol het lichaam met de gal weer kan verlaten. HDL wordt waarschijnlijk in de lever afgebroken. Dit proces wordt het ‘omgekeerde cholesterol transport’ genoemd. Het apo A1 is van essentieel belang voor het goed functioneren van HDL.

Verder in deze paragraaf:

Print deze pagina
 
Copyright © 2002 - 2012 SAN - info@de-san.nl