6.2  Hart- en vaatziekten

- 6 Hart- en vaatziekten
- 6.2 Diagnostiek bij hypertensie
- 6.2.1 Afkortingen en nomenclatuur

 

6.2.1 Afkortingen en nomenclatuur

Diastolische - 1 bloeddruk
(fase 4)
: het moment van volledig dof worden van de tonen (i.e. het moment van verdwijnen van de hogere frequenties en niet het moment van zacht worden dat er gewoonlijk aan vooraf gaat).
Diastolische - 2 bloeddruk
(fase 5)
: het moment van verdwijnen van de tonen.
LVH: linker ventrikelhypertrofie..
‘Regression to the mean’-effect: een uitslag kan toevallig in het uiterste deel van het spreidingsgebied van de meetresultaten liggen. Bij een tweede meting is de kans, dat de uitkomst dichter bij de gemiddelde waarde ligt, groter dan dat wederom een uiterste waarde wordt verkregen. Een initieel gevonden hoge, doch toevallig van de juiste waarde te ver afliggende waarde, kan door het gemiddelde te nemen van een aantal herhalingsmetingen zodoende gecorrigeerd worden.
Systolische bloeddruk: de bloeddruk op het moment waarop voor het eerst tenminste twee Korotkoff-tonen worden gehoord.

Verder in deze paragraaf:
- Geen gerelateerde onderwerpen beschikbaar

Print deze pagina
 
Copyright © 2002 - 2012 SAN - info@de-san.nl