 |
6.3.2 Diagnostiek
In de huisartspraktijk kan men geconfronteerd worden met klachten die kunnen wijzen op een cardiale of cerebrale aandoening waarbij de situatie, ook na anamnese en lichamelijk onderzoek, niet duidelijk is. Voorbeelden van bedoelde aandoeningen zijn myocardinfarct (het acuut coronair syndroom) en ritmestoornissen. In geval van een mogelijke AMI of instabiele angina pectoris is het in veel gevallen een besliskundig dilemma: afwachten of zelf verdere diagnostiek plegen met het risico dat uitstel fataal zou kunnen zijn of direct verwijzen met de kans dat (achteraf ) verwijzing onnodig blijkt te zijn en patiënt en specialist onnodig belast werden. De Melker wijst in dit verband er op dat te ruim verwijzingsbeleid kan leiden tot verstopping van de CCU’s (1). Bij (sommige) ritmestoornissen is de kans op acute complicaties groot, zodat zich ook hier een dilemma kan voordoen. In dit hoofdstuk zal getracht worden aan te geven welke middelen de huisarts ten dienste staan om een zo goed mogelijke keuze te maken.
Verder in deze paragraaf:
 |
Print deze pagina |
|
 |