6.3  Hart- en vaatziekten

- 6 Hart- en vaatziekten
- 6.3 Diagnose van cardio- en cerebrovasculaire aandoeningen in de eerste lijn
- 6.3.3 Interpretatie
- 6.3.3.1 ECG afwijkingen bij patiënten met coronaire hartziekte

 

6.3.3.1 ECG afwijkingen bij patiënten met coronaire hartziekte

De ECG afwijkingen die duiden op ischemie zijn ST/T afwijkingen. Het ST-segment dient een daling (depressie) te vertonen van 1,5 mm (0,15 mvolt) of meer om verdacht te zijn voor ischemie.
Bij ischemie zijn meestal ook repolarisatiestoornissen op het ECG zichtbaar, vaak in de vorm van negatieve T-toppen. In de acute fase van een myocardinfarct treedt ST-segment elevatie (stijging) op als eerste aanduiding van myocardschade. Bij een transmuraal infarct ontstaan in de latere dagen brede en diepe Q-golven waarbij het ST-segment weer dient te normaliseren en een negatieve T-top ontstaat. Bij subendocardiale infarcten ontbreken de diepe en brede Q golven en ontstaan slechts diepe symmetrisch negatieve T-toppen (door veel cardiologen wordt de term subendocardiaal infarct als obsoleet beschouwd).
In de eerste 24 uur na het ontstaan van een myocardinfarct worden frequent ventriculaire en supraventriculaire extrasystolen waargenomen. Zeer frequente ventriculaire extrasystolie, bigeminie en ventriculaire tachycardie geeft aanleiding tot anti-aritmische behandeling. Gevreesd in de acute fase is ventrikelfibrilleren waarbij er geen uitdrijving van bloed meer is en een onmiddellijk levensbedreigende situatie is ontstaan die defibrillatie en gespecialiseerde nabehandeling noodzakelijk maakt.
In de late fase na een transmuraal infarct blijven permanent de Q-golven zichtbaar. De negatieve T-toppen kunnen zich op den duur herstellen, zodat dan niets meer op het ECG te zien is na een non-Q-infarct.

Supraventriculaire extrasystolie en paroxysmale supraventricualire tachyaritmie zoals atriumfibrilleren en atriumflutters kunnen het gevolg zijn van decompensatie. Indien het geleidingssysteem door het infarct getroffen is, kan de AV (atrio-ventriculaire) geleiding zodanig worden beïnvloed dat een totaal AV-block kan ontstaan. Indien de schade permanent is, zal een pacemaker-indicatie zijn ontstaan. Na een myocardinfarct dient dus gelet te worden op het voorkomen van ritme en/of geleidingsstoornissen die behandeling behoeven en op eerste tekenen van decompensatie, die eveneens prompte behandeling vereisen.

Verder in deze paragraaf:

Print deze pagina
 
Copyright © 2002 - 2012 SAN - info@de-san.nl