6.3.3.2 Troponine en CK-MB
Bij de interpretatie houde men rekening met de onder par. 2B.3 genoemde restricties betreffende tijdsintervallen van monstername na optreden van symptomen. - elke verhoging van troponine - met of zonder verhoogde CK-MB en met of zonder ECG afwijkingen - is aanwijzing tot onmiddellijke verwijzing van de patiënt. - een normale troponine tussen 2 - 3 à 5 dagen na aanvang symptomen kan een instabiele angina voorstellen met micro-infarct (verwijzing). - bij normale uitslagen van troponine en CKMB kan van verwijzing worden afgezien.
Verhoogde waarden van CK-MB kunnen optreden bij: - myocardinfarct. Typisch beloop: stijging begint ca. 4 - 6 uur na infarct, piek ligt tussen 18 - 30 uur. Na 2 - 3 dagen normaal. - rabdomyolyse (in sommige gevallen van spieraandoeningen, spiertrauma, hypothyreoïdie, extreme sportbeoefening, cocaïne gebruik). Referentiewaarden De referentiewaarden kunnen van laboratorium tot laboratorium verschillen; het is aan te raden uw laboratorium te raadplegen. cTnT (‘decision limit’) tot ca. 0,1 µg/l (volgens sommige methoden 0,6 µg/l); cTnI tot ca. 0,2 µg/l; CK-MB tot 10 U/l, indien uitgedrukt als ‘CK-MB massa’: tot 5 µg/l.
Verder in deze paragraaf:
 |
Print deze pagina |
|