6.3.3.3 Patiënten met klachten over hartkloppingen
De meest frequente bevindingen zijn supraventriculaire en ventriculaire extrasystolen. Indien ze geïsoleerd voorkomen geven ze in de regel geen klachten en behoeven geen behandeling. Als extrasystolie frequent voorkomt (>5/min.) of meerdere extra slagen gekoppeld zijn of als bigeminie/ trigeminie voorkomt dan veroorzaakt het onaangename sensaties en kan anti-aritmische behandeling worden overwogen. Hartkloppingen als klacht worden ook vaak gezien bij patiënten met atriumfibrilleren en atriumflutter. De atriumflutter is regulair en gaat meestal gepaard met een snel ventrikelritme. Deze patiënten moeten direct worden verwezen teneinde óf d.m.v. cardioversie óf door medicatie te pogen het normale sinusritme te herstellen. Indien kort aanwezig kan dit ook bij atriumfibrilleren worden overwogen. Het ritme is onregelmatig, waarbij er een aanzienlijk polsdeficit kan bestaan. Als het normale sinusritme niet meer kan worden bereikt, moet gezorgd worden voor een frequentie onder de 100/min, omdat anderszins door efficiëntieverlies van de uitdrijving op termijn hartfalen kan ontstaan. Andersom kan hartfalen door dilatatie niet alleen van de ventrikels maar ook van de atria de oorzaak zijn van de supraventriculaire tachyaritmieën. Andere oorzaken zijn klepaandoeningen (meest mitralistenose) en hyperthyreoïdie. Paroxysmaal atriumfibrilleren kan optreden bij intensieve sport en overmatig alcohol gebruik. Aanvallen worden soms uitgelokt door het gebruik van koffie en alcohol. Soms kunnen ze optreden bij stress. Het bekendste voorbeeld van een cirkeltachycardie, die veelal paroxysmaal verloopt, is het Wolf- Parkinson-White syndroom, een cardiale afwijking die gepaard gaat met tachycardieën en op het ECG een specifiek beeld geeft: korte PQ-tijd met delta-golf. De cirkel wordt gevormd door het atrium en de ventrikel, verbonden door de normale atrio-ventriculaire knoop en de bundel van His enerzijds en een abnormale bundel van Kent anderzijds, die op een andere plaats een elektrische verbinding tussen atrium en ventrikel heeft gevormd. Er kan dan een niet homogene voortgeleiding van de prikkel in het hart ontstaan, waardoor een prikkel terug kan keren (‘reentry’)en zich kan herhalen.
Verder in deze paragraaf:
 |
Print deze pagina |
|