6.3.3.7 Follow-up ECG
Bij follow-up ECG onderzoek kan men Q-golven vinden die op een eerder ECG niet te vinden waren. Het is dan waarschijnlijk dat de patiënt een myocardinfarct heeft doorgemaakt wat onopgemerkt is gebleven (’silent infarction’). Dit is niet zeldzaam bij patiënten met diabetes mellitus en bij patiënten die bèta-blockers gebruiken. Brede, diepe Q-golven worden ook gezien bij hypertrofische cardiomyopathie. Bij grote longembolieën kan een diepe Q-golf ontstaan in afleiding III van het ECG. Repolarisatie afwijkingen in de zin van ST-segment daling en/of negatieve T-top wordt gezien bij: - ischemie. - pericarditis. - myocarditis. - digitalisgebruik. - hypokaliëmie - linker ventrikel hypertrofie. Als de klachten niet erg duidelijk zijn en men vindt repolarisatie afwijkingen, dan is het raadzaam om als werkhypothese uit te gaan van de diagnose coronairinsufficiëntie. Als de klachten persisteren en ook op het inspannings-ECG geen repolarisatie afwijkingen op te wekken zijn, dan kan scintigrafisch onderzoek worden overwogen, hetgeen verwijzing betekent.
Verder in deze paragraaf:
 |
Print deze pagina |
|