7.1  Fertiliteit en zwangerschap

- 7 Fertiliteit en zwangerschap
- 7.1 Subfertiliteit
- 7.1.2 Diagnostiek en interpretatie
- 7.1.2.4 Aaqnvullende onderzoeken

 

7.1.2.4 Aaqnvullende onderzoeken

BTC: indien een eenmalige BTC een bifasisch patroon laat zien, maakt dit een ovulatoire cyclus waarschijnlijk. De temperatuur stijgt 0,3 - 0,5 graden in de tweede helft van de cyclus, dus na de ovulatie t.g.v. het thermogene effect van de gestegen progesteronconcentratie in het bloed. Een regelmatige cyclus is in de meeste gevallen ovulatoir. De ovulatie en een adequate functie van het corpus luteum kunnen worden bewezen door in de tweede helft van de cyclus, indien de temperatuur 5 - 7 dagen hoog is, progesteron te bepalen. Indien deze >30 IU/l is, dan is de cyclus ovulatoir en de corpus luteum functie adequaat.

Semenanalyse: de huisarts kan zelf een semenanalyse verrichten (zie hiervoor de NHG-standaard). Analyse in een laboratorium geeft een betere standaardisatie. In principe dient de analyse te geschieden maximaal twee uur na de productie. Een abstinentieperiode langer dan één dag is niet noodzakelijk. Na een recente periode van koorts kan de zaadkwaliteit aangetast zijn, de semenanalyse wordt dan herhaald in de volgende zaadcyclus, d.w.z. 3 maanden later. Bij een uitslag van minder dan 20 miljoen spermatozoën per ml en minder dan 2 ml ejaculaat dient de arts te denken aan oligospermie als mogelijke oorzaak van de subfertiliteit.

PCT: dit onderzoek kan worden verricht door de huisarts. Bij een regelmatige cyclus verricht men de test 12 - 14 dagen voorafgaande aan de volgende menstruatie. Een optimale timing van de PCT in de cyclus is van belang omdat preovulatoir het cervixslijm goed doorgankelijk is oor zaadcellen. Pre-ovulatoir helder cervixslijm, afgenomen nadat de avond tevoren coïtus heeft plaats gevonden, wordt beoordeeld op helderheid, ‘Spinnbarkeit’, pH en de aanwezigheid van motiele propulsieve zaadcellen bij een vergroting van 400x. De testuitslag is positief indien er >1 propulsieve zaadcel per gezichtsveld wordt gezien. Een negatieve test kan het gevolg zijn van een slechte timing in de cyclus, een slechte zaadkwaliteit, een niet gelukte ejaculatie of een cervixfactor.

CAT: een verhoogde CAT in het serum van vrouwen met subfertiliteit is suggestief voor het bestaan van een tubaire factor, d.w.z. adhaesies of afsluiting van de tubae. Elke bepaling heeft zijn eigen titer verdeling. Interpretatie van de titer blijft een heikel punt aangezien niet alleen C. trachomatis maar ook andere soorten een titerstijging kunnen geven, zonder dat deze genitale afwijkingen geven. De test is dus niet specifiek, maar kan een anamnese van een eerdere SOA c.q. PID ondersteunen.

Rubella serologie: van belang ter preventie van het congenitaal rubella syndroom bij een eventuele zwangerschap is vaccinatie noodzakelijk bij afwezigheid van antistoffen. Bij vaccinatie dient gedurende twee tot drie maanden sluitende anticonceptie worden gebruikt aangezien er gevaccineerd wordt met een verzwakt levend virus.

Verder in deze paragraaf:

Print deze pagina
 
Copyright © 2002 - 2012 SAN - info@de-san.nl