7.1  Fertiliteit en zwangerschap

- 7 Fertiliteit en zwangerschap
- 7.1 Subfertiliteit
- 7.1.2 Diagnostiek en interpretatie
- 7.1.2.5 Specialistische diagnostiek

 

7.1.2.5 Specialistische diagnostiek

De huisarts zal het paar verwijzen voor verdere diagnostiek naar de gynaecoloog wanneer de anamnese, het lichamelijk onderzoek of aanvullend onderzoek daar aanleiding toe geeft of afwijkingen aan het licht brengt. De Landelijke Transmurale Afspraak ‘Subfertiliteit’ noemt specifieke redenen tot verwijzing naar de gynaecoloog indien er aanwijzingen zijn voor: ovulatiestoornissen, tubapathologie, zaadafwijkingen, coïtus problematiek, langdurige subfertiliteit bij overigens normale bevindingen of gevorderde leeftijd van de vrouw (>35 jaar).

Het OFO, verricht door de gynaecoloog, geeft een uitbreiding van de bovenstaande diagnostiek door invasieve diagnostiek naar de anatomie van de genitalia interna en de doorgankelijkheid van de tubae. De genitalia interna worden beoordeeld met behulp van vaginale echoscopie, waarbij de uterus, het endometrium, het myometrium en de ovaria in beeld worden gebracht. Men kan de cyclus evalueren door meerdere keren in de cyclus de grootte van de follikels in de ovaria te beoordelen tot en met de ovulatie. HSG: d.m.v. HSG kan de doorgankelijkheid van de tubae aannemelijk worden gemaakt.

Diagnostische laparoscopie en chromopertubatie: Dit onderzoek wordt verricht onder algehele narcose en geeft de mogelijkheid om de anatomie van de genitalia interna te beoordelen. Het vormt de gouden standaard bij het onderzoek naar mechanische factoren die de fertiliteit negatief beïnvloeden.

Verder in deze paragraaf:

Print deze pagina
 
Copyright © 2002 - 2012 SAN - info@de-san.nl