 |
7.1.2.6 Prognose
Indien er geen ovulatiestoornissen zijn en geen tubaire factor of azoöspermie zal de gynaecoloog, nadat het OFO is afgerond, een prognose t.a.v. de kans op zwangerschap trachten te geven. De prognose schatting wordt verricht m.b.v. prognostische modellen die gevalideerd zijn in een subfertiliteitspopulatie. Er zijn meerdere modellen die gebruikt kunnen worden, waaronder het prognostisch model volgens Snick, Collins of Eimers. De modellen maken gebruik van een aantal parameters waaronder: leeftijd van de vrouw, duur van de subfertiliteit, primaire of secundaire fertiliteitstoornis en kwaliteit van het zaad. Aan de hand van de prognose schatting kan voor een paar bepaald worden hoe hun zwangerschapskansen zijn in de komende periode. Indien de kansen op zwangerschap laag geschat worden, minder dan 20-30 % per jaar, dan zal in zijn algemeenheid een voorstel gedaan worden voor een in te stellen behandeling.
Verder in deze paragraaf:
 |
Print deze pagina |
|
 |